Home DBC-onderhoud Over DBC-Onderhoud Interviews Interview met Chrit van Ewijk

Interview met Chrit van Ewijk

Afdrukken PDF

chrit van_ewijk

 Een actieve speler in een dynamisch veld, die een gerichte bijdrage levert aan het verbeteren van de zorg. Dat is de rol die DBC-Onderhoud moet pakken,

zegt Chrit van Ewijk, sinds augustus directeur/bestuurder van DBC-Onderhoud.

' Een betere zorg begint bij vernieuwende ondernemers en professionals. Wij moeten ruimte maken voor vernieuwing, zodat zij beloond worden en het voor anderen makkelijker wordt om hun voorbeeld te volgen.'

U bent sinds 1 augustus 2011 directeur van DBC-Onderhoud. Wat gaf voor u de doorslag om ja te zeggen tegen deze baan?

'Ik ben jarenlang zorgondernemer geweest. Als ondernemer ben je afhankelijk van spelregels die door anderen worden verzonnen. Die regels vond ik soms dom. Of ze waren slim, maar dan werd er niet goed mee omgegaan. Dan kun je in het veld blijven staan en het beste maken van de speelruimte die je krijgt, maar je kunt er ook voor kiezen om invloed uit te oefenen op de regels en zorgen dat de speelruimte groter wordt.'

Nog geen moment spijt gehad van uw keuze?

'Nee. Ik mis het contact met patiënten, maar daar staat veel tegenover. Ik hoop ook dat meer mensen met praktijkervaring gaan kiezen voor een positie waarin ze de regels kunnen maken. Mensen die weten hoe beleid uitwerkt in de praktijk, hoe je innovaties in de zorg faciliteert in plaats van belemmert.'

Wat staat er momenteel hoog op uw agenda?

'In 2012 gaan ziekenhuizen over op de nieuwe zorgproducten, een sterke vereenvoudiging van het DBC-systeem, en gaat de GGZ over op prestatiebekostiging. Wij willen dat maximaal ondersteunen met goede en snelle service. Als ik kijk naar het vergoedingssysteem, dan zijn er voor de langere termijn twee grote vraagstukken. Allereerst de vraag hoe ver we kunnen gaan met de DBC-systematiek. Welke zorgprestaties belonen we op basis van behandelingen zoals beschreven in de DBC's en waar moeten we dit combineren met andere manieren van vergoeden? En hoe maken we de kwaliteit en het uiteindelijke resultaat van de zorgprestaties zichtbaar? De tweede discussie gaat over de zorg voor mensen met een chronische ziekte. De prestatie die daar wordt geleverd is niet volledig herstel, maar eerder het voorkomen van complicaties of behandelingen. Maar hoe geef je dat vorm in een vergoedingssysteem? Wat is precies de prestatie die wordt beloond? Op die vragen moeten we een antwoord formuleren.'

'Daarnaast blijven we natuurlijk gegevens verzamelen over geleverde zorgprestaties, zodat we weten hoe goed het ene ziekenhuis het doet in vergelijking met het andere. Dat is nodig om het vergoedingensysteem up-to-date te houden, maar ik wil óók dat DBC-Onderhoud op basis van die informatie zorgverleners en instellingen van feedback voorziet. Als wij grote verschillen signaleren, dan is het aan hen en aan de verzekeraars om op zoek te gaan naar oorzaken en oplossingen. Ook via die weg kunnen we verbeteringen in de zorg mogelijk maken.'

Punt van kritiek is vaak dat er vooral naar zorgverzekeraars en zorgleveranciers wordt gekeken en zo weinig naar de patiënt. Trekt u zich dat aan?

'Daar heb ik de laatste maanden wel over nagedacht. Als zorgverlener moet je uiteindelijk ook naar de consument laten zien wat je presteert. Ik vind dat een verheugende ontwikkeling. Uiteindelijk wil ik met DBC-Onderhoud ook het keuzeproces van die patiënt ondersteunen, door informatie waar wij over beschikken te ontsluiten. Dat moeten wij alleen niet helemaal zelf willen doen, maar in samenwerking met specialisten en patiëntenorganisaties bijvoorbeeld. Er is ontzettend veel informatie beschikbaar, alleen hebben patiëntenorganisaties niet het apparaat en de expertise om dat te doen. Wij kunnen ze daar bij helpen.' 

Een ander punt van kritiek is dat de integratie van zorginnovaties vaak zo lang duurt. Herkent u dat?

'Een deel van die frustratie herken ik, maar ik wil ook een spiegel voorhouden. Hoogleraar en zorginnovator Bas Bloem stelde onlangs dat veel innovatoren in de zorg niet ver genoeg vooruit denken. Dat ben ik met hem eens. Innovatoren zijn vaak heel inhoudelijk met een project bezig, maar na drie of vier jaar blijkt er nog niks geregeld voor de structurele financiering. In het bedrijfsleven is het volstrekt normaal dat je in een vroeg stadium nadenkt over het verdienmodel, maar in de zorg is dat vaak nog een vies woord. Maar daardoor halen veel initiatieven het uiteindelijk niet. Zeer frustrerend. Ik zie het ook echt als een taak van DBC-Onderhoud om, samen met de medisch-wetenschappelijke adviesraad en CVZ, vernieuwingen te faciliteren door nieuwe zorgprestaties goed te omschrijven en daarbij passende vergoedingen te bedenken.'

Niet alleen het DBC-systeem onderhouden, maar ook een actieve rol pakken. DBC-Onderhoud is volgens u dus meer dan de machinekamer van de zorg? 

'Zeker. Een machinekamer vind ik te statisch, daar is te weinig ruimte voor feedback en verbetering. Het DBC-systeem is geen motor die draait of stilstaat, het is een dynamisch ding. De hele stelselvernieuwing is juist bedoeld om meer dynamiek te creëren en daar leveren wij een gerichte bijdrage aan. 2011 is in dat opzicht ook een soort omslagjaar: het systeem staat stevig in zijn schoenen, de winst valt nu vooral te behalen in die externe oriëntatie. Wij kunnen geen patiëntensite opzetten, maar we kunnen er wel voor zorgen dat er een verbinding tot stand komt met patiëntenorganisaties. Wij bedenken geen zorginnovaties, maar we kunnen wel de speelruimte waarin die innovaties tot stand komen vergroten. Op die manier kan DBC-Onderhoud noodzakelijke verbeteringen aanjagen. Maar blijven wij in die machinekamer zitten, dan maken we geen deel uit van de dynamiek op het bovendek.'