U kunt van de totale onderstaande lijst zelf een pdf-document maken. Het pdf-icoon vindt u rechtsboven in beeld.
DBC Cure
1
Registratie
2
Validatie
3
Declaratie
4
Tabellen
5
Beleid
Second opinion
Antwoord:
Vraag: Wat mag worden geregistreerd bij een second opinion? Antwoord: Als een second opinion wordt aangevraagd, zijn twee situaties te onderscheiden:
- Als een patiënt bij een andere specialist van hetzelfde specialisme van hetzelfde ziekenhuis komt voor een second opinion, wordt geen nieuwe DBC geopend, maar valt dit binnen de DBC van de hoofdbehandelaar.
- Als een patiënt voor een second opinion naar een andere specialist in een ander ziekenhuis gaat, wordt een nieuwe DBC met zorgtype reguliere zorg geopend.
In de tweede situatie is sprake van een eigen zorgvraag bij het tweede ziekenhuis. Er wordt een reguliere DBC getypeerd met de best passende diagnose en behandelas bij deze nieuwe zorgvraag van de patiënt. Twee specialismen kennen een specifieke diagnosecode voor een second opinion, te weten Plastische chirurgie (diagnose 002) en Neurochirurgie (diagnose 4830).
|
ZT 51 - registratie en verwijsgegevens
Antwoord:
Vraag: Welke verplichtingen gelden er per 1 april 2008 op het gebied van de registratie van zorgtype 51 (ZT51) en verwijsgegevens? Antwoord: ZT51 geeft de mogelijkheid om alle uitgevoerde verrichtingen, met uitzondering van WDS en eerstelijnsverrichtingen, te koppelen aan de juiste DBC. Daarbij speelt mee dat alle DBC's met bijbehorend verrichtingenprofiel aangeleverd dienen te worden aan het DIS. Met ingang van 1 april 2008 is het zorgtype ingevoerd in de DBC-systematiek. Uit vragen vanuit het veld blijkt dat nog niet altijd helder is welke verplichtingen met deze invoering gepaard gaan. In het onderstaande overzicht zijn de verplichtingen schematisch weergegeven:
 Per 1 april 2008 geldt dat voor zorg op de IC een ZT51 geopend dient te worden. Slechts de interne verwijsgegevens zijn daarbij verplicht. Naast het zorgtrajectnummer van het eigen zorgtraject moet ook het zorgtrajectnummer van het verwijzende zorgtraject vastgelegd worden. De AGB-specialismecode van de verwijzer en van de verwijzende instelling kunnen worden vastgelegd. Met andere woorden, bij het gebruik van ZT 51 is per 1 april 2008 de interne verwijzing middels het zorgtrajectnummer verplicht. Voor zorgtypen 11 en 13 is het vastleggen van de interne verwijsgegevens facultatief. Dit geldt ook voor het vastleggen van de externe verwijsgegevens bij zorgtype 11, 41 en 51. Er hoeft geen AGB-code vastgelegd te worden. Voor de overige ondersteunende zorg, zoals anesthesie en poorter voor poorter, geldt per 1 april 2008 de verplichting dat de verrichtingen aan de juiste DBC gekoppeld moeten worden. Hiervoor kan de registratie van ZT51, het aangepaste koppelalgoritme of een eigen algoritme worden gebruikt. Voorbeeld Een patiënt heeft een zorgvraag voor de chirurg. Deze chirurg vraagt bij de MDL-arts een scopie aan. De MDL-arts vraagt op zijn buurt een bloedonderzoek aan bij het lab en een foto bij de radioloog. Met andere woorden:
 Met behulp van het reeds bestaande koppelalgoritme worden de verrichtingen gekoppeld aan de DBC van de uitvoerder of van de aanvrager. Dit heeft tot gevolg dat het bloedonderzoek en de foto niet gekoppeld kunnen worden. Door toepassing van ZT51 worden deze verrichtingen via het bestaande algoritme gekoppeld/verwezen naar de DBC van de aanvrager van de scopie. Voorwaarde voor een goede werking van ZT51 is uiteraard dat er sprake is van een correcte registratie van de aanvrager en uitvoerder van OP-verrichtingen. (Bron: Wijzigingen DBC-pakket april 2008 Deel 3: ICT-eisen versie 1.0)
|
Spoedeisende hulp in 2008
Antwoord:
Vraag: Hoe dient de spoedeisende zorg per 1 januari 2008 geregistreerd te worden? Antwoord: Per 1 januari 2008 komt zorgtype 12 (spoedeisende hulp) te vervallen. Vanaf deze datum is het niet meer mogelijk een DBC met dit zorgtype vast te leggen. Dit betekent dat alle DBCcombinaties die mogelijk waren met zorgtype 12 per 1 januari 2008 niet meer mogelijk zijn.Deze combinaties hebben in de DBC Eindklassetabel 31 december 2007 als einddatum gekregen. Registratie van spoedeisende zorg vindt per 1 januari 2008 plaats binnen een reguliere DBC (zorgtype 11) of een vervolg DBC (zorgtype 21) door het vastleggen van één van de twee onderstaande zorgactiviteitencodes naast het 'normale' consult en naast eventuele andere zorgactiviteiten die worden uitgevoerd:
- zorgactiviteitcode 190015: spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling.
- zorgactiviteitcode 190016: spoedeisende hulp contact, niet op de SEH afdeling/ elders in het ziekenhuis.
Het doel van het vastleggen van de code 190015 is het herkenbaar houden van de omvang van de 24-uurs beschikbaarheid in instellingen met een spoedeisende hulp. De code 190016 betreft spoedeisende contacten die niet op de SEH-afdeling, maar elders in het ziekenhuis plaatsvinden, denk bijvoorbeeld aan de spoedpoli bij oogheelkunde. Ook de gynaecologen vallen onder deze code (SEH buiten kantooruren). Beide codes zijn telcodes naast de reguliere consultatieregistratie; het betreft niet-essentiële verrichtingen. Met andere woorden, de codes 190015 en 190016 spelen in de validatie van de DBC geen rol. Op de SEH-afdeling wordt de code aanvullend vastgelegd naast een te openen DBC met zorgtype 11 of 21 (met bijbehorende diagnose- en behandelcode), óf de zorgactiviteit valt onder een reeds openstaande DBC met zorgtype 11 of 21. Op deze manier wordt het spoedeisende contact een onderdeel binnen het profiel van de hele behandeling. De zorgactiviteiten kunnen bij alle specialismen (dus ook de specialismen die voorheen geen zorgtype 12 kenden) en bij alle diagnoses indien er sprake is van spoedeisende zorg geregistreerd worden.
|
Zorgvraag na behandeling in tertiar centrum
Antwoord:
Vraag: Hoe wordt de zorgvraag geregistreerd bij kindergeneeskunde (neonatologie) wanneer de neonaat wordt teruggeplaatst op de neonatologie afdeling na behandeling in een tertiair centrum? Antwoord: Hoe wordt de zorgvraag geregistreerd bij kindergeneeskunde (neonatologie) wanneer de neonaat wordt teruggeplaatst op de neonatologie afdeling na behandeling in een tertiair centrum? Binnen de DBC-component zorgvraag bij kindergeneeskunde (neonatologie) wordt onderscheid gemaakt tussen een geboorte zonder of met sectio en tussen prematuriteit en á terme. Zorgvragen neonatologie:
- 510 prematuriteit onder 32 weken zonder sectio
- 520 prematuriteit onder 32 weken met sectio
- 530 prematuriteit 32 tot 34 weken zonder sectio
- 540 prematuriteit 32 tot 34 weken met sectio
- 550 prematuriteit 34 tot 37 weken zonder sectio
- 560 prematuriteit 34 tot 37 weken met sectio
- 570 a terme ouder dan 37 weken zonder sectio
- 580 a terme ouder dan 37 weken met sectio
Als een neonaat na overplaatsing en behandeling in een tertiair centrum, NICU of academisch ziekenhuis wordt teruggeplaatst op de afdeling, wordt de zorgvraag bij de DBC die dan geopend wordt in het (algemene) ziekenhuis als volgt getypeerd: de zorgvraag wordt bij terugplaatsen aangepast aan de situatie die op dat moment van toepassing is; de tijd die nodig is om het kind á terme te brengen, zonder sectio. Alleen de initiële DBC die geopend wordt bij de geboorte kan (indien van toepassing) getypeerd worden met zorgvraag *** met sectio.
|
Zorgtype 41
Antwoord:
Vraag: Wat moet ik weten over zorgtype 41? Antwoord: Inleiding Een ziekenhuis levert zorgdiensten aan eigen patiënten en patiënten van andere zorgaanbieders zoals huisartsen (1e lijn) en specialisten in andere ziekenhuizen (WDS). De zorg aan eigen patiënten wordt gedeclareerd als DBC. De zorg aan patiënten van andere zorgaanbieders wordt gedeclareerd als ondersteunend product (OP, door ondersteunende medische specialismen) of overig product (OVP, door poortspecialismen).Een ziekenhuis levert zorgdiensten aan eigen patiënten en patiënten van andere zorgaanbieders zoals huisartsen (1e lijn) en specialisten in andere ziekenhuizen (WDS). De zorg aan eigen patiënten wordt gedeclareerd als DBC. De zorg aan patiënten van andere zorgaanbieders wordt gedeclareerd als ondersteunend product (OP, door ondersteunende medische specialismen) of overig product (OVP, door poortspecialismen). Omdat ingeval van levering van OVP's sprake kan zijn van een zorgtraject waarin ook nog andere zorgactiviteiten kunnen plaatsvinden, wordt in deze gevallen conform de DBCsystematiek een zorgtraject geopend met 41 als zorgtype. Er wordt zo een profiel opgebouwd op basis van de uitgevoerde zorgactiviteiten. Het zorgtype 41 is per 1 januari 2007 geïntroduceerd voor de specialismen cardiologie, heelkunde, longgeneeskunde, gynaecologie, kindergeneeskunde, interne geneeskunde, neurologie en gastro-enterologie. Registratieaspecten Een zorgtraject met zorgtype 41 kent een defaulttypering van nullen voor zorgvraag, diagnose en behandeling. Aan dit zorgtraject worden alle uitgevoerde zorgactiviteiten gekoppeld, dus ook de overige producten. Het openen en sluiten van dit zorgtraject hoeft niet door de specialist te gebeuren en kan waar mogelijk automatisch worden verzorgd. In principe zou een zorgtraject met zorgtype 41 één dag na uitvoering van de OVP afgesloten kunnen worden. Declaratieaspecten Het gaat hier om een verruiming van registratiemogelijkheden, niet om uitbreiding van declaratiemogelijkheden. De declaratie van de geregistreerde OVP-verrichtingen vindt conform de reeds bestaande regels en tarieven plaats. Vanuit het zorgtraject wordt de declaratie van de OVP geregeld. Niet het zorgtraject met zorgtype 41 wordt gedeclareerd, maar de daarbinnen vastgelegde declarabele prestatie (de OVP). De aanvrager van de geleverde zorg is bepalend voor de soort declaratie die volgt. 1. bij een aanvraag van een huisarts wordt de OVP aan de verzekeraar gedeclareerd op basis van het door het NZA vastgestelde tarief. 2. bij de aanvraag van een ander ziekenhuis wordt de declaratie bij dat andere ziekenhuis ingediend in het kader van WDS tegen het door deze ziekenhuizen onderling afgesproken tarief. Zorgtype 41 en DBC's Als er sprake is van diagnostiek op verzoek van de eerste lijn die direct leidt tot overname van de behandeling door de medisch specialist, mag er geen overig product gedeclareerd worden. In dat geval dient het zorgtype 41 te worden veranderd in 11 en volgt een reguliere DBCtypering en -declaratie.
|
Onderzoek adoptiekind
Antwoord:
Vraag: Welke DBC wordt geregistreerd bij onderzoek van een adoptiekind en valt deze onder de basisverzekering? Antwoord: Als een adoptiekind wordt onderzocht door de kinderarts, kan deze de DBC-prestatiecode 16.11.61.8901.0721 typeren. Dit is een rode DBC met per 1 februari 2006 declaratiecode 160337. Zowel voor als na die datum is de kleur van deze DBC rood, dus uitgesloten van de basisverzekering. Als dit onderzoek leidt tot een nieuwe zorgvraag waarvoor behandeling noodzakelijk is, kan een nieuwe DBC geopend worden met de specifieke diagnose. De DBC met diagnose 8901 "adoptiekind (onderzoek)" wordt dan afgesloten en gedeclareerd. Het tarief hiervan is immers gebaseerd op het onderzoek en niet op een eventuele navolgende behandeling van een specifieke diagnose. Hiervoor wordt een nieuwe DBC geopend. Het is dus niet de bedoeling de diagnosecomponent van de 8901-DBC om te zetten naar een andere diagnosecode.
|
Exacerbatie in 2007 bij DBC van 2006
Antwoord:
Vraag: Hoe moet een exacerbatie of recidief geregistreerd worden in 2007 als de lopende vervolg DBC in 2006 geopend is? Antwoord: Per 1 januari 2007 is het zorgtype 25 exacerbatie/recidief komen te vervallen en wordt een exacerbatie ondergebracht onder het zorgtype 21 vervolg, waardoor de registratie verandert en de behandelas word aangepast binnen de lopende vervolg-DBC (zie de instructies per specialisme voor de precieze declaratieregels). Bij de inwerkingtreding van deze wijziging is een probleem geconstateerd op het moment dat er zich een exacerbatie voordoet in 2007 en de lopende vervolg-DBC geopend is in 2006. De nieuwe registratiewijze zou zijn om de behandelas van de lopende vervolg-DBC aan te passen. Bij deze vervolg-DBC’s uit 2006 is het ophogen van de behandelas echter niet mogelijk. DBC-Onderhoud adviseert om deze lopende vervolg-DBC’s die zijn geopend in 2006 op het moment van exacerbatie af te sluiten. Op dat moment kan een nieuwe vervolg-DBC geopend worden met opgehoogde behandelas. Zodra de patiënt weer overgaat naar de reguliere vervolgfase kan deze lopende vervolg-DBC gesloten worden en een nieuwe vervolg-DBC geopend worden (een dag na de einddatum van de voorafgaande DBC).
|
Zorgtype bij chronische DBC's
Antwoord:
Vraag: Welk zorgtype moet er getypeerd worden bij chronische DBC's? Antwoord: Er zijn twee soorten chronische DBC's te onderscheiden: Thuisbeademing bij Longgeneeskunde * Hemodialyse/CAPD bij Interne Geneeskunde ** Een Chronische Thuisbeademing DBC's bij longgeneeskunde wordt na telkens 30 dagen afgesloten, waarna direct een nieuwe DBC met dezelfde kenmerken wordt geopend. In het eerste jaar hebben deze DBC's zorgtype 11. In het tweede jaar betreft het vervolg-DBC's, dus met zorgtype 21. Voorafgaand aan de Hemodialyse/CAPD DBC bij interne Geneeskunde loopt een reguliere DBC met een niet-chronische diagnose. Vanaf het moment van de chronische hemodialyse wordt overgegaan op opeenvolgende chronische Hemodialyse/CAPD-DBC's. Deze vervolg-DBC's (zorgtype 21) worden na telkens 7 dagen afgesloten, waarna direct een nieuwe DBC met dezelfde kenmerken wordt geopend. * Deze DBC's zijn vastgesteld door de NZa en opgenomen in de limitatieve lijst Chronische DBC's, die te vinden is op de website van de NZa,(http://www.nza.nl/, voorheen http://www.ctg-zaio.nl/ ** Deze DBC's zijn vastgesteld door de NZa en opgenomen in de limitatieve lijst Dialyse DBC's, die te vinden is op de website van de NZa,(http://www.nza.nl/, voorheen http://www.ctg-zaio.nl/
|
Overloopregeling Revalidatiegeneeskunde
Antwoord:
Vraag: Het specialisme Revalidatiegeneeskunde gaat per 1-1-2009 over op declaratie van DBC's. Hoe moet worden omgegaan met de overloopsituatie van patiënten waarvoor in 2008 een DBC is geopend en waarbij de behandeling in 2009 wordt voortgezet? Antwoord: Op donderdag 4 december jongstleden hebben ZN, RN, NVZ, DBC-Onderhoud en de NZa overeenstemming bereikt over hoe om te gaan met deze situatie. Het besluit is als volgt. Het in 2008 uitgevoerde deel wordt met de jaarwisseling afgesloten en gefactureerd in RBU's, 1e bezoeken en verpleegdagen. Het deel van de behandeling in 2009 wordt gedeclareerd in DBC's. Alle tijdens de jaarwisseling nog lopende revalidatie-DBC's worden daartoe afgesloten op 31-12-2008. Tevens wordt alle zorg uitgedrukt in RBU's, verpleegdagen en 1e consulten afgesloten per 31-12-2008. Per 1-1-2009 worden voor al deze 'afgebroken' behandelingen vervolg-DBC's (zorgtype 21) geopend. Dit is mogelijk doordat de revalidatieproducten zijn opgebouwd uit zwaarteklassen en de resterende behandeling gewoon afleidt naar een DBC. Er ontstaat hierdoor wel een oververtegenwoordiging van 'korte' DBC's in het landelijke DBC Informatie systeem (DIS). De productie wordt hiervoor op simpele wijze geschoond door af te spreken dat DBC's voor nieuwe patiënten pas per 2-1-2009 geopend mogen worden (zorgtype 11). Hierdoor zijn de afgebroken behandelingen herkenbaar aan de startdatum 1-1-2009. Het is natuurlijk ook mogelijk dat een DBC geheel volgens geldende sluitingsregels wordt afgesloten op 31-12-2008. Een eventuele vervolgbehandeling start dan op 2-1-2009. M.a.w. alle nieuwe en gewone (conform regels openen en sluiten) vervolg-DBC's worden niet op 1 januari maar op 2 januari geopend, ook al start de behandeling op 1 januari 2009.
|
Twee polibezoeken op één dag
Antwoord:
Vraag: Wat mag worden geregistreerd als een patiënt twee maal op één dag op de polikliniek wordt gezien in het kader van een onderzoek- of behandelstraat? Antwoord: De ontwikkeling van zogenaamde "one-stop-shops" gaat uit van patiëntvriendelijke behandeling waarbij op één dag achtereenvolgend een polikliniekbezoek, onderzoeken en nogmaals een polikliniekbezoek plaatsvinden (om de uitslagen te bespreken). De validatiemodule zal bij de registratie van één polibezoek en goedkopere diagnostiek afleiden naar een consult DBC die geen recht doet aan de inzet die is gepleegd en de kosten die zijn gemaakt. Er is in dat geval geen bezwaar tegen het vastleggen van twee (ingeplande) polibezoeken op een kalenderdag. Bij het registreren van een consult dient wel altijd face-to-face contact zijn geweest met de medisch specialist en kan uiteraard maar één EPB worden vastgelegd en volgt daarna een herhaalbezoek. Op de SEH is het niet toegestaan meerdere consulten vast te leggen, ook al zijn er meerdere contactmomenten. Spoedeisende zorg is niet vooraf ingepland en rechtvaardigt geen extra consult op een kalenderdag.
|
OVP prenatale screening
Antwoord:
Vraag: Mogen OVP’s "prenatale screening" aangevraagd worden door een gynaecoloog? Antwoord: Indien prenataal onderzoek plaatsvindt in het kader van een zorgvraag waarvoor een DBC is geopend, valt deze diagnostiek binnen die reeds openstaande DBC. Er worden in dat geval geen OVP’s "prenatale screening" gedeclareerd. Is de patiënte echter onder behandeling bij een gynaecoloog en komt ze daarnaast ook in aanmerking voor een Overig product "prenatale screening" dan kan het Overig product apart gedeclareerd worden. Normaal gesproken kan een OVP alleen gedeclareerd worden op aanvraag van:
- De eerste lijn.
- Een specialisme dat geen DBC’s registreert.
- Een ander ziekenhuis (in het kader van wederzijdse dienstverlening (WDS)).
Voor de Overige producten "prenatale screening" is per 1 januari 2008 hierop een uitzondering gemaakt. Voor de declaratie van de prestaties prenatale screening 037521, 037522 en 037523 is geen verwijzing van de eerste lijn noodzakelijk. Ook de gynaecoloog kan aanvrager zijn van een van onderstaande OVP’s:
- 037521 Prenatale screening: Counseling
- 037522 Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting)
- 037523 Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO)
Bron: bijlage 5 bij CI 100.072 (NZa)
|
Medebehandeling vanaf 1-1-2007
Antwoord:
Vraag: In het wijzigingspakket voor 1 januari 2007 komt zorgtype 16 medebehandeling niet meer terug. Hoe moet ik vanaf die datum mijn medebehandeling registreren? Antwoord: Op dit moment kennen vier specialismen zorgtype medebehandeling (16): Kindergeneeskunde, Longgeneeskunde, Consultatieve psychiatrie en Klinische geriatrie. Om de DBC-systematiek eenvoudiger te maken, is besloten dit zorgtype te doen vervallen. Het openen van een DBC met zorgtype 16 is dus per 1 januari 2007 niet meer mogelijk; de medebehandeling wordt vanaf die datum ondergebracht binnen zorgtype reguliere zorg (11). Deze werkwijze gold al voor specialismen die geen zorgtype medebehandeling kennen. Voor Klinische Geriatrie geldt verder nog dat vanaf 1 januari 2007 de medebehandeling binnen de reguliere DBC wordt aangegeven met de behandelas 105 (medebehandeling). Hieronder worden twee situaties verder uitgelicht. Als een intercollegiaal consult overgaat in medebehandeling en de medebehandelende specialist voor de zorgvraag al een DBC heeft openstaan, mag hij wel eenmalig een ICC-DBC registreren, maar de eventuele medebehandeling valt onder de reeds lopende DBC. Voorbeeld 1: een patiënt bij Cardiologie heeft een longontsteking. De longarts wordt in consult geroepen en besluit te gaan behandelen. De longarts had voor deze longontsteking van de patiënt al een DBC lopen. Dan mag de longarts één intercollegiaal consult als aparte DBC declareren. Als sprake is van een nieuwe zorgvraag, zet de medebehandelende specialist de ICC-DBC om (deze wordt dus niet afgesloten) in een reguliere DBC met zorgtype 11 waaraan hij de medebehandeling toekent, of hij opent direct deze reguliere DBC zonder tussenkomst van een ICC-DBC. Voorbeeld 2: Een kinderarts wordt in consult geroepen voor een luchtweginfectie bij een patiënt die opgenomen is voor Heelkunde. De kinderarts heeft geen lopende DBC voor deze patiënt en besluit zelfstandig te behandelen. De ICC-DBC wordt omgezet in een reguliere DBC.
|
ICC vanaf 1-1-2007
Antwoord:
Vraag: Wanneer registreer ik een intercollegiaal consult (ICC) DBC en wat wijzigt er bij de komende uitlevering (per 1-1-2007) ten opzichte van de huidige situatie? Antwoord: Een ICC DBC registreert u bij een kortdurend diagnostisch of screenend patiëntencontact dat plaatsvindt op verzoek van een ander specialisme tijdens een klinische opname. Tijdens een klinische periode van een ander specialisme kan slechts één ICC DBC per specialisme worden geopend. Wanneer de specialist die in consult wordt geroepen de patiënt zelfstandig gaat behandelen, wordt de ICC DBC omgezet naar een reguliere DBC (zorgtype 11).
Per 1 januari 2007 is er nog maar één ICC DBC per specialisme mogelijk (uitzondering is het specialisme neurologie). Eventuele andere combinaties komen dan te vervallen. Het doel hiervan is de registratie van het intercollegiaal consult te vereenvoudigen. Per specialisme wordt een vaste diagnose en behandeling gekozen. Bij veel specialismen is het op dit moment al zo dat er slechts één behandelas te registreren is bij een ICC DBC, namelijk een conservatieve poliklinische behandelas. Dit blijft ongewijzigd, de enige verandering is dat dan nog slechts één diagnosecode kan worden geregistreerd. Een voorbeeld Bij het specialisme KNO kan een ICC DBC op dit moment met een groot aantal diagnosecodes worden geregistreerd. Wel dient altijd de behandeling 111 conservatief poliklinisch getypeerd te worden om een declarabele DBC te krijgen. Bij de komende uitlevering wordt er een nieuwe diagnosecode geïntroduceerd die specifiek is voor de ICC DBC: diagnose 05 ICC. Vanaf dan zal de enige declarabele ICC DBC voor KNO de DBC 13.05.111 zijn. Een ander voorbeeld Bij het specialisme urologie zijn momenteel vier behandelingen mogelijk in combinatie met zorgtype 13 (ICC): 111, 112, 221 en 222. Bij de komende uitlevering zal alleen nog behandeling 111 mogelijk zijn. De diagnosecode 98 zal vanaf dan als enige code gebruikt kunnen worden voor de ICC DBC. De enige ICC combinatie die dan zal kunnen worden geregistreerd, is 13.98.98.111.
Eventuele verrichtingen uitgevoerd in het kader van het intercollegiaal consult, worden gekoppeld aan bovenstaande ICC combinatie.
Zoals al eerder genoemd, zal alleen het specialisme neurologie meer dan één ICC DBC behouden. Neurologie maakt onderscheid tussen gespecialiseerde kinderneurologie en algemene neurologie.
|
Parallelle DBC's
Antwoord:
Vraag: Wat zijn parallelle DBC's en wanneer mag ik een parallelle DBC openen? Antwoord: Wij spreken van parallelle DBC's als bij één patiënt gelijktijdig twee of meer DBC's open staan bij hetzelfde specialisme.
Als een patiënt slechts bij één specialisme onder behandeling is, zijn de volgende criteria bepalend voor het openen van een tweede, parallelle DBC: In de eerste plaats moet er sprake zijn van een extra zorgvraag en wel een andere dan de bestaande zorgvraag; Het tweede criterium is dat de extra zorgvraag daadwerkelijk leidt tot een eigen zorgtraject bestaande uit diagnostiek en behandeling. Met dit zorgtraject moeten substantieel meer kosten voor het ziekenhuis en/of substantieel meer inzet door de medisch specialist zijn gemoeid. Als aan beide criteria wordt voldaan, mag de specialist een tweede DBC openen. Het begrip 'substantieel meer' kosten of inzet is niet eenvoudig te omschrijven. Als vuistregel kunt u hanteren dat als de kosten/inzet 40% hoger zijn dan de gemiddelde kosten/inzet van de openstaande DBC, er sprake is van substantieel meer kosten/inzet. Voorbeelden van substantieel meer kosten of inzet door een extra zorgvraag zijn een langere opnameperiode, operaties in een heel ander gebied of uitgebreide dure diagnostiek (een extra CT-scan is geen criterium om een extra DBC te openen). Als er sprake is van substantieel meer kosten of inzet bij dezelfde zorgvraag, mag u geen tweede, parallelle DBC openen. Er wordt dan niet voldaan aan het eerste criterium, een extra zorgvraag.
De criteria voor het openen van een tweede, parallelle DBC gelden in principe voor alle specialismen, uitgezonderd cardiologie. U kunt hier meer over lezen in de instructie van cardiologie op onze website.
|
Exacerbatie in 2007
Antwoord:
Vraag: Het zorgtype exacerbatie kan vanaf 1 september 2006 niet meer worden geregistreerd. Hoe wordt deze verandering opgevangen in de DBC-systematiek? Antwoord: Om de registratie van DBC's te vereenvoudigen, komt het zorgtype 25 "exacerbatie" te vervallen. De behandelingen die specialisten nu onder de noemer "exacerbatie" registreren, moeten zij vanaf 1 september 2006 binnen het zorgtype 21 "vervolg" typeren.
Wanneer een exacerbatie zich voordoet binnen een vervolgtraject, wordt de behandelas opgehoogd binnen dezelfde DBC. Deze vervolg DBC wordt afgesloten nadat volgens het oordeel van de specialist de behandeling van de exacerbatie is afgerond of na maximaal 365 dagen. Validatie vindt plaats op basis van de uitgevoerde verrichtingen en de zwaarste setting binnen de DBC. Indien het controletraject wordt voortgezet, wordt automatisch een nieuwe vervolg DBC geopend.
Een voorbeeld
Oude situatie: Patiënt in een vervolgtraject met DBC 21.XXX.111. In het geval van een exacerbatie wordt deze DBC gesloten en een DBC 25.XXX.yyy geopend. Nadat de exacerbatie is uitbehandeld, wordt een nieuwe 21.XXX.111 geopend. Nieuwe situatie: De DBC 21.XXX.111 wordt omgecodeerd naar een zwaardere behandeling binnen dezelfde DBC (bijvoorbeeld 21.XXX.213). Na behandeling van de exacerbatie wordt de DBC gesloten en een nieuwe 21.xxx.111 geopend. In de nieuwe situatie worden minder DBC's geregistreerd. De tarieven zijn echter zo aangepast dat dezelfde omzet wordt behouden |
Klinisch zonder dagen in 2007
Antwoord:
Vraag: Voor DBC's geopend vanaf 1 september 2006 is het mogelijk een klinische behandeling te registreren zonder dat er sprake is van een eigen opname. Hoe gaat dit in zijn werk? Antwoord: In de praktijk komt het regelmatig voor dat het ene specialisme een patiënt opereert, terwijl de patiënt is opgenomen bij een ander specialisme. Tevens komt het veel voor dat gedurende één opname twee verschillende operaties (lees DBC's!) worden gedaan. Omdat de setting van de behandeling klinisch is, wil de specialist dit doorgaans als zodanig registreren. Echter, bij het ontbreken van ligdagen leidt de validatie van deze DBC tot uitval. Op dit moment biedt slechts in een aantal gevallen het typeren van één DBC als klinisch en één als poliklinisch een oplossing.
De introductie van "Klinisch Zonder Dagen" biedt een structurele oplossing voor de meeste snijdende specialismen en anesthesiologie. Voor de beschouwende specialismen wordt deze oplossing (nog) niet geboden door het ontbreken van onderscheidende verrichtingen.
Op de typeringslijsten van oogheelkunde, KNO, heelkunde, plastische chirurgie, orthopedie, urologie, gynaecologie, neurochirurgie en anesthesiologie wordt het aantal klinische behandelingen uitgebreid met één of meerdere "Klinisch Zonder Dagen"-varianten, waarbij de behandelcode eindigt op een 6. Tijdens het validatieproces is de verpleegdag niet meer nodig om deze behandelcode af te leiden.
Informatie over de tariefsbepaling van de "Klinisch Zonder Dagen DBC" kunt u vinden in de ICT-specificaties (versie 1.4.3.1) op de website van DBC-Onderhoud.
|
Overig product en overname patiënt
Antwoord:
Vraag: Wat als uit een Overig Product op aanvraag van de 1e lijn overname van de behandeling volgt? Antwoord: Indien er sprake is van diagnostiek op verzoek van de eerste lijn die direct leidt tot overname van de behandeling door de medisch specialist, kan er geen overig of ondersteunend product worden gedeclareerd. In dat geval kan een medisch specialist alleen een DBC in rekening brengen. Voorbeeld: Een patiënt doet in een ziekenhuis een fietsproef op verzoek van de huisarts. Zijn hart blijkt in een dusdanig slechte conditie dat de cardioloog de behandeling moet overnemen. Er wordt alleen een reguliere cardiologische DBC in rekening gebracht. In dit geval kan geen Overig Product (zorgtype 41) worden geopend. (Bron: NZa beleidsregel CI-955)
|
Hoe lang mag een DBC open staan?
Antwoord:
Vraag: Hoe lang mag een DBC open staan? Antwoord: Een DBC mag 365 dagen open staan. Dus niet, zoals in sommige systemen in verband met schrikkeljaren is ingebouwd, een jaar. U kunt dit terugvinden in beleidsregel I-750 van het CTG/ZAio. (Overigens was 2004 zo'n schrikkeljaar.) (De meest actuele beleidsregel is te vinden op http://www.nza.nl/)
|
Dubbelzijdigheid bij Oogheelkunde
Antwoord:
Vraag: Wanneer kunnen 2 DBC’s geregistreerd worden voor dubbelzijdigheid bij het specialisme Oogheelkunde? Antwoord: De instructie Oogheelkunde geeft niet in alle gevallen uitsluitsel over het aantal te registreren DBC’s bij dubbelzijdige aandoeningen. Daarnaast is gebleken dat er verschillende registratieadviezen in omloop zijn over de wijze van registratie bij dubbelzijdigheid. Om deze redenen willen wij dit onderwerp onder uw aandacht brengen. Het gaat niet om een nieuwe regel maar om een verduidelijking van de regel zoals die altijd bedoeld was. Met deze tekst vervallen alle eerder gegeven adviezen. Bij oogheelkunde is er in principe sprake van twee DBC’s bij één en dezelfde patiënt indien een therapeutische behandeling aan beide ogen plaatsvindt. Uitzonderingen hierop zijn: - Dubbelzijdige strabismus operaties die in dezelfde operatiezitting worden behandeld - Dubbelzijdige blepharoplastieken die in dezelfde operatiezitting worden behandeld - DBC’s gecodeerd met behandelas ‘conservatief ’ (behandelcodes 14, 11, 12 of 13) - DBC’s gecodeerd met ‘contactlenzen door oogarts zelf uitgevoerd poliklinisch’ (behandelcode 71 of 74) Bij diagnostiek en conservatieve behandeling van een zelfde aandoening aan beide ogen wordt dus 1 DBC geopend, dit geldt voor zowel het initiële traject als voor het vervolg traject.
|
Zorgactiviteiten Klinisch intercollegiaal consult en Multidisciplinair consult
Antwoord:
Vraag: Wanneer en door wie mogen de zorgactiviteiten 190009 (Klinisch intercollegiaal consult) en 190010 (Multidisciplinair consult) worden geregistreerd? Antwoord: 190009 (Klinisch intercollegiaal consult) Deze zorgactiviteit is geïntroduceerd voor DOT en heeft geen directe waarde binnen de huidige structuur. Deze zorgactiviteit kan door alle DBC registrerende specialismen worden gebruikt en wordt geregistreerd voor het consult dat de in consult gevraagde arts heeft met de patiënt op de verpleegafdeling waar de patiënt is opgenomen (niet zijnde IC), op verzoek van een arts van een ander specialisme.. Deze activiteit wordt dan gekoppeld aan de geregistreerde DBC Intercollegiaal consult (ZT13). Er kunnen dus meerdere ZA’s klinisch intercollegiaal consult binnen één ICC DBC vallen. 190010 (Multidisciplinair consult) Deze zorgactiviteit is geïntroduceerd voor DOT en heeft geen directe waarde binnen de huidige structuur. Het betreft een additionele zorgactiviteit die naast de gewone consultcode moet worden vastgelegd (vergelijkbaar met de SEH zorgactiviteiten 190015 en 190016). Alleen in DOT (en dan vooralsnog alleen bij neurologie) heeft deze zorgactiviteit een waarde in de afleiding naar het juiste zorgproduct. Deze zorgactiviteit mag aanvullend worden geregistreerd wanneer een arts een consult doet in een multidisciplinaire setting, dus in actieve aanwezigheid van artsen van (een) ander(e) specialisme(n). Deze zorgactiviteit wordt bijvoorbeeld dus niet geregistreerd voor een werkoverleg tussen verschillende specialismen of iets dergelijks waarbij de patiënt niet fysiek aanwezig is.
|
Enkel- en dubbelzijdige registratie
Antwoord:
Vraag: Met de nieuwe Zorgactiviteitentabel per 1 juli 2009 is een verrichting in principe altijd enkelzijdig, maar sommige onderzoeken en behandelingen worden standaard dubbelzijdig uitgevoerd. Moeten we daar nu ook twee keer de passende zorgactiviteit registreren? Antwoord:
Met de DBC Zorgactiviteiten Tabel die op 1 april 2009 is uitgeleverd is de registratie van zorgactiviteiten enkelzijdig gemaakt. De intentie is om hiermee de registratie van operaties die enkelzijdig of dubbelzijdig kunnen worden uitgevoerd, ongeacht of dit in één of meerdere zittingen gebeurt, te verduidelijken. Dergelijke ingrepen zullen nu altijd enkelzijdig worden geregistreerd, waarbij ingeval van een dubbelzijdige ingreep de enkelzijdige zorgactiviteit twee keer wordt vastgelegd. De DOT-productstructuur is onder andere met dit uitgangspunt ingericht. Bij niet-invasieve diagnostiek zoals echo, röntgen en gehooronderzoeken worden dubbelzijdige organen in beeld worden gebracht en/of gediagnosticeerd. Bij deze onderzoeken kan de vraag worden gesteld of de zorgactiviteiten nu ook enkelzijdig moeten worden geregistreerd. Hier geldt echter dat niet het dubbelzijdige orgaan, maar het onderzoek zelf het uitgangspunt. Het onderzoek betreft in dit geval alle handelingen die nodig zijn om tot de conclusie of diagnose te komen. Zo wordt bijvoorbeeld bij een MRI Mammo standaard een scan gemaakt van beide borsten tegelijkertijd. Dit impliceert eenmaal registreren van het totale onderzoek. Bij een reguliere mammografie worden altijd foto’s uit meerdere richtingen van beide borsten gemaakt; het advies luidt ook hier één keer vastleggen. Een ander voorbeeld is het toondrempelaudiogram waarbij standaard beide oren beoordeeld worden, dit betekent wederom één keer registeren. Overigens is dit soort onderzoeken in de DOT-productstructuur vrijwel nooit essentieel in de afleiding.
|
Verwijsgegevens per 2010
Antwoord:
Vraag: Welke verwijsgegevens moeten in welke situatie (intern/extern, zorgtype) worden vastgelegd vanaf 1 januari 2010? Antwoord: In de volgende tabel wordt aangegeven welke gegevens op welke manier bij welke verwijzing en zorgtype moeten worden geregistreerd bij het openen van een DBC-/Zorgtraject.
 Bij de interne verwijzing is, in tegenstelling tot eerdere berichtgeving, het AGB-nummer van instelling en specialisme optioneel. Die gegevens zijn in principe al gekoppeld aan het verwijzende zorgtrajectnummer en op die manier te achterhalen. Deze registratie kan eventueel geautomatiseerd worden.
|
Gynaecologie: validatie van V51, V60 en V61 in 2008
Antwoord:
Vraag: Als na een bevalling (in eerste of tweede lijn) een placentarest moet worden verwijderd, kan daar geen DBC voor worden geregistreerd. Hoe kan dat en hoe kan dat worden opgelost? Antwoord: Met ingang van 1-1-2008 wordt bij DBC’s met diagnose V51 (begeleiding partus met nazorg en nacontrole), V60 (complicaties na partus uit eerste lijn met nazorg en nacontrole) en V61 (complicaties na partus uit 2e lijn met nazorg en nacontrole) een aantal zorgactiviteiten specifiek uitgevraagd. Dat betekent dat zonder die specifieke zorgactiviteiten bij deze diagnose geen geldige DBC kan worden geregistreerd. Zorgactiviteit 037191 Curretage wordt daarbij niet genoemd waardoor een probleem optreedt indien een patiënte na een (thuis)bevalling door de gynaecoloog gecuretteerd moet worden i.v.m. een placentarest. Hiervoor wordt terecht zorgactiviteit 037191 geregistreerd. Eenzelfde situatie treedt op bij de registratie van zorgactiviteit 037900 Manuele Placentaverwijdering bij diagnose V61. Een probleem treedt daarbij op indien een patiënte na een bevalling elders (bijvoorbeeld thuis) een manuele placentaverwijdering moet ondergaan i.v.m. een achtergebleven placenta(rest). Hiervoor wordt terecht zorgactiviteit 037900 geregistreerd. In beide gevallen treedt uitval op tijdens de validatieprocedure. Dit is een fout geweest bij het overhevelen van deze DBC’s naar het B-segment. Om deze reden is dit met terugwerkende kracht tot 1-1-2008 in de DBC-tabellen gecorrigeerd. Wij adviseren u de DBC’s die op dit moment uitvallen en voldoen aan de bovenstaande beschrijving aan te houden tot na 1 januari 2009. Wanneer u na 1 januari 2009 de DBC’s opnieuw aan de validatie module aanbiedt kunt u deze DBC’s alsnog declareren.
|
Essentiële verrichting
Antwoord:
Vraag: Wat is een essentiële verrichting? Antwoord: Een essentiële verrichting is een verrichting die voor een bepaald specialisme naar een specifieke behandeling afleidt. Hieronder een voorbeeld om dit te verduidelijken:
 In bovenstaande tabel is een klein deel van de DBC-Verrichtingentabel weergegeven. In de eerste kolom van de tabel staan de CTG-verrichtingencodes. De omschrijving van de verrichting staat in de tweede kolom. In de kolom klassecode en de kolom klasse-omschrijving (de 3e en 4e kolom) staan de klasse of groep en de omschrijving waaronder de verrichting valt. Verrichting 030100 zit in klasse 5, operatieve verrichtingen. Ook de andere verrichtingen uit bovenstaande tabel (030102, 030103 en 030104) zitten in dezelfde klasse 5.
Vervolgens wilt u bekijken of de verrichting 030100 essentieel is voor bijvoorbeeld het specialisme heelkunde. U kijkt dan in de kolom van dit betreffende specialisme (spme03). In deze kolom staat 15 weergegeven. Dit betekent dat deze verrichting essentieel is voor heelkunde en in zorgprofielklasse 15 zit. U kunt vervolgens in de Afleiding behandelas opzoeken naar welke behandeling verrichtingen uit zorgprofielklasse 15 precies afleiden.
De verrichting 030100 is niet voor alle specialismen essentieel. De kolommen voor de specialismen 01 (oogheelkunde) en 02 (KNO) zijn leeg. Dit betekent dat verrichting 030100 niet essentieel is voor oogheelkunde en KNO. Dit betekent echter niet dat een oogarts of KNO-arts deze verrichting niet kan registeren. Deze verrichting leidt alleen niet naar een specifieke behandeling af.
|
Oorzaken uitval zelf bepalen
Antwoord:
Vraag: Hoe kan ik zelf met de tabellen op de site van DBC-Onderhoud een deel van de uitval van DBC's verklaren? Antwoord: DBC-Onderhoud levert periodiek meerdere tabellen uit. Met name onderstaande vier tabellen kunt u gebruiken bij de analyse van de uitval van DBC's:
- De (elektronische) typeringslijst bevat per specialisme alle omschrijvingen van zorgtype, zorgvraag, diagnose en behandeling.
- De productgroeptabel (per 1 januari 2006 de DBC-eindklassetabel) koppelt alle mogelijke combinaties per specialisme aan een productgroep en declaratiecode.
- De verrichtingentabel (per 1 januari 2007 de DBC-zorgactiviteitentabel) geeft aan welke specifieke CTG-codes in een bepaalde groep zitten (zorgprofielklasse/validatieklasse) voor een specifiek specialisme en welke bepalend zijn voor de validatie.
- De afleiding behandelas tabel per specialisme geeft de wijze waarop per specialisme de behandelas/behandeling wordt afgeleid op basis van de essentiële verrichtingen (verrichtingen typerend voor het specialisme) ingedeeld in zorgprofielklassen.
Met de zeven onderstaande stappen kunt u inzicht krijgen in de oorzaak van uitval: 1.Zorg dat alle aanwezige verrichtingen en de DBC-typering bij u bekend zijn. 2.Zoek in de DBC-verrichtingentabel/DBC-zorgactiviteitentabel op of de verrichtingen essentieel zijn voor het specialisme waarvoor de DBC is geregistreerd. Zo ja, in welke Zorgprofielklasse (ZPK)/Validatieklasse (VK) zijn de verrichtingen ingedeeld? 3.Ga na in de tabel afleiding behandelas of er op basis van deze verrichtingen (ingedeeld in specifieke ZPK's/VK’s) een regel "matcht". U leest de tabel van boven naar beneden. 4.Controleer -indien van toepassing- in de tabel afleiding behandelas of de ingevoerde behandelas "matcht". Bij sommige specialismen wordt namelijk de door de arts ingevoerde behandelas ook uitgevraagd in deze tabel. 5.Controleer -indien van toepassing- of het zorgtype (ZT) en de diagnose kloppen. 6.Leidt af naar het regelnummer en de behandelas en controleer of de door de specialist getypeerde behandelas overeenkomt met de afgeleide behandelas. 7.Controleer of er sprake is van een zinnige combinatie met de DBC-eindklassetabel. Gebruik hiervoor een filter onder data/filter/autofilter. Mogelijke oorzaken van uitval:
- De verrichtingen zijn onjuist gekoppeld.
- Nog niet alle (essentiële) verrichtingen zijn gekoppeld (let hierbij ook op openings- en sluitingsdatum van de DBC).
- De validatiemodule vindt geen enkele match. U krijgt Code 9999: het programma kan geen behandelas afleiden óf de afgeleide DBC code levert geen declarabele combinatie in de DBC-eindklassetabel. De DBC valt uit.
- De validatiemodule vindt een match die niet mogelijk is (B-segment DBC's worden vaak op deze manier uitgevraagd). Het programma geeft code 9999 en de DBC valt uit.
- De validatiemodule verwerkt een DBC-typering die niet in de productgroepentabel/eindklassetabel voorkomt als declarabele DBC. De DBC valt uit. Meestal verschijnt een foutcode.
- De validatiemodule vindt een afgeleide behandelas die anders is dan de ingevoerde behandelas: De DBC komt meestal op een aparte uitvallijst waarbij staat dat ingevoerde en afgeleide behandelas niet overeenkomen.
Bovenstaande uitleg is beknopt. Mocht u nog vragen hebben, belt u dan gerust met de helpdesk van DBC-Onderhoud: 030-2739685 of kijk op onze website http://www.dbconderhoud.nl/ onder "Documenten" naar het document "De validatietabellen lezen".
|
Uitval Kindergeneeskunde/Neonatologie
Antwoord:
Vraag: Wat is de oorzaak dat bij het specialisme Kindergeneeskunde/ Neonatologie bij parallelliteit veel DBC's uitvallen in de validatie en wanneer pakt DBC-Onderhoud dit probleem aan? Antwoord: Voor neonaten wordt altijd een DBC geopend met diagnose 9902 gezond / geen pathologie/ basiszorg. Deze DBC geeft de basale tijdsinvestering weer. Indien zich naast de prematuriteit een ander probleem voordoet (bijvoorbeeld een sepsis), wordt een tweede parallelle DBC geopend met de betreffende diagnose. Binnen deze diagnose is de tijd verdisconteerd die de kinderarts kwijt is aan de behandeling van de sepsis. Landelijk was afgesproken dat tijdens het validatieproces alle verrichtingen automatisch worden gekoppeld aan de laatst geopende DBC. Dit veroorzaakt dat tijdens het validatieproces de DBC met diagnose 9902 uitvalt, omdat deze kostbare DBC niet 'leeg' mag zijn van essentiële verrichtingen.
Met de nieuwe validatietabellen van DBC-Onderhoud, die sinds 1 oktober jl. van kracht zijn, en een aanpassing van het koppelalgoritme neonatologie is dit probleem opgelost. Landelijk is nu afgesproken om in geval van parallelliteit waarbij een van de DBC's diagnose 9902 omvat, alle verrichtingen van beide DBC's aan de DBC met diagnose 9902 te koppelen. Hierdoor blijft, in tegenstelling tot de eerdere situatie, de andere DBC "leeg". In de nieuwe tabellen is mogelijk gemaakt dat deze DBC's 'leeg' door de validatie kunnen komen. De specifieke regels voor neonatologie zijn toegevoegd aan de tabel zodat deze herkenbaar zijn indien een regelnummer wordt meegegeven bij de afleiding.
Voordat u met deze aanpassing van de validatietabellen gaat werken, is het van belang dat u in uw software de afgesproken wijziging van het koppelalgoritme implementeert. De nieuwe tabellen sluiten namelijk aan bij deze situatie.
|
Combinatie declarabel maken
Antwoord:
Vraag: Sommige combinaties van zorgtype/zorgvraag/diagnosecode/behandelingcode komen niet door de validatie heen, terwijl wij in ons ziekenhuis vinden dat dit wel een mogelijke combinatie zou moeten zijn. Hoe kan dit? Antwoord: Als DBC's niet door de validatie heen komen, is het in eerste instantie altijd belangrijk dat er wordt nagegaan of er geen fouten zijn gemaakt bij de registratie van de DBC's. Met de productgroepentabel die op onze website staat, kan snel en gemakkelijk na worden gegaan of een bepaalde combinatie wel of niet declarabel is. Mocht dit niet het geval zijn en heeft een specialist een goede reden om een bepaalde combinatie toch te registreren, dan kan dit eventueel worden aangekaart bij de wetenschappelijke vereniging van het betreffende specialisme. Naar aanleiding van de opmerkingen uit het veld kunnen de wetenschappelijke verenigingen het advies geven aan DBC-Onderhoud om een bepaalde combinatie al dan niet declarabel te maken.
|
Basiszorg DBC Neonatologie
Antwoord:
Vraag: Wat is veranderd bij de basiszorg-DBC 9902 van neonatologie per 1 januari 2007 en wanneer kan deze vastgelegd worden? Antwoord: Vanaf 1 januari 2007 is het niet (meer) mogelijk een basiszorg-DBC bij neonatologie leeg te valideren. Deze aanpassing in de validatie is doorgevoerd omdat in de oude situatie onterecht lege basiszorg-DBC's met diagnose 9902 door de validatie gingen. Bij de registratie van de basiszorg-DBC gaat men ervan uit dat minimaal een polibezoek is geregistreerd. De DBC 11-570-9902-711 kan alleen vastgelegd worden als om medische redenen een neonaat gescreend wordt op de gynaecologieafdeling, bijvoorbeeld ingeval van een zieke moeder. Een medische reden kan bijvoorbeeld zijn op verzoek van de gynaecoloog of maternale anamnese waarbij na onderzoek blijkt dat het om een gezonde zuigeling gaat. In die gevallen kan een polibezoek worden vastgelegd conform de daarvoor geldende regels. Op het moment dat een pasgeborene standaard door een kinderarts wordt onderzocht kan deze DBC niet worden vastgelegd. Kortom, als het onderzoek op initiatief van de kinderarts plaatsvindt geldt deze screening als service van het ziekenhuis en kan er geen DBC voor in rekening worden gebracht.
|
Zorgprofielklasse en Validatieklasse
Antwoord:
Vraag: Wat is het verschil tussen Zorgprofielklasse en Validatieklasse? Antwoord: Bij het opstellen van zorgprofielen van DBC's is gebruik gemaakt van een indeling in zorgprofielklassen. Binnen een zorgprofielklasse (ZPK) komen zorgactiviteiten in verschillende zwaarteklassen voor. Dit is specialisme-overstijgend: met ZPK 4 worden bijvoorbeeld alle diagnostische activiteiten bedoeld, in ZPK 5 zitten operatieve zorgactiviteiten en bij ZPK 6 gaat het om overige therapeutische activiteiten. De indeling van zorgactiviteiten in ZPK’s zorgt voor een beter inzicht in de zorgprofielen. Tot 1 januari 2007 werd het begrip ZPK echter ook nog specialismespecifiek bij de validatie gebruikt. Dat leidde tot verwarring en daarom is per 1 januari 2007 voor de klasse-indeling van zorgactiviteiten per specialisme voor de naam Validatieklasse (VK) gekozen. Het begrip ZPK wordt nu dus alleen nog gebruikt voor de indeling van zorgactiviteiten ten behoeve van het inzicht in zorgprofielen. In de DBC-Zorgactiviteitentabel staan alle mogelijke zorgactiviteiten. Elke zorgactiviteit is ingedeeld in een bepaalde zorgprofielklasse. In het kader van de validatie van DBC's is voor alle specialismen bepaald welke zorgactiviteiten essentieel zijn voor een bepaalde DBC. Deze essentiële zorgactiviteiten zijn voorzien van een VK. Zie ook onderstaande selectie uit de DBC zorgactiviteitentabel:
 In de kolom Zorgprofielklasse staat de code van de klasse waarin de zorgactiviteit valt. Deze is zoals gezegd voor alle specialismen gelijk. Zo valt zorgactiviteit 035501 altijd in zorgprofielklasse 4 (diagnostische activiteiten) en 035584 in zorgprofielklasse 5 (operatieve ingrepen). Als achter een zorgactiviteit een waarde staat in de kolom van een bepaald specialisme, dan is deze zorgactiviteit essentieel voor dat specialisme. Zorgactiviteit 035501 is dus niet-essentieel voor de specialismen 03, 04, 05 en 06, terwijl zorgactiviteit 035502 wel essentieel is voor specialisme 03 en zorgactiviteit 035584 voor de specialismen 03, 04, 05 en 06. Het cijfer in de cel geeft aan welke VK deze zorgactiviteit heeft voor dat specialisme. Zo is zorgactiviteit 035584 ingedeeld in VK 16 voor specialisme 03, in VK 15 voor specialisme 04 en 05 en in VK 19 voor specialisme 06. De zorgactiviteit heeft dus niet voor alle specialismen dezelfde VK. Duidelijk is dat zorgactiviteiten binnen één ZPK in meerdere VK's terecht kunnen komen en de VK’s voor één zorgactiviteit verschillend kunnen zijn per specialisme.
|
DBC 800 bij MDL
Antwoord:
Vraag: Kan ik de DBC 800 gebruiken om een MDL-scopie te declareren? Antwoord: Scopieverrichtingen door MDL-artsen in DBC's van poortspecialismen leveren vanaf 2008 minder of - voor interne geneeskunde - geen ondersteunerhonorarium op. De BBC van MDL en DBC-Onderhoud werken gezamenlijk aan een oplossing. De Beroeps Belangen Commissie van MDL is ongelukkig met het feit dat scopieverrichtingen voor een ander poortspecialisme minder inkomsten en voor interne geneeskunde zelfs geen inkomsten oplevert. Ook vanuit ziekenhuizen komen hierover veel vragen binnen bij de helpdesk van DBC-Onderhoud. Met de BBC is nu afgesproken dat oorzaken en resulterende inkomenseffecten nader worden onderzocht. De resultaten hiervan zijn half maart bekend. Op basis daarvan wordt het mogelijk oplossingen te formuleren voor zowel de korte als de langere termijn. In een brief die op 8 februari door de BBC aan alle ziekenhuizen is verzonden, staat overigens ook dat de MDL-scopieën uit het profiel van alle poortspecialismen verdwenen zouden zijn. Dit blijkt niet zo te zijn. MDL-artsen zien dikwijls een voorlopige oplossing in het declareren van een zo goed mogelijk gelijkende DBC voor scopieën. Deze optie staat echter op gespannen voet met de declaratierichtlijn van de NZa. In paragraaf 3.6 van de regeling van de NZa CI/NR-100.072 staat dat het niet mogelijk is eigen DBC's te declareren voor verrichtingen die als ondersteunende activiteit bij een DBC van een ander poortspecialisme plaats vinden. DBC-Onderhoud streeft ernaar om met de BBC van de MDL-artsen te komen tot een snelle oplossing die wél kan en mag. In dit traject zal ook de NZa betrokken worden. In de tussentijd adviseert DBC-Onderhoud u te registreren volgens de NZa-regeling CI/NR-100.072. Van de voortgang stellen wij u via onze website en elektronische nieuwsbrief op de hoogte.
|
Prenatale screening
Antwoord:
Vraag: Hoe declareer ik verrichtingen voor Prenatale screening? Antwoord: Per 1-1-2006 zijn drie Overige Producten toegevoegd die te registreren zijn bij prenatale screening;
- 037521 Prenatale screening: counseling
- 037522 Prenatale screening: Nuchal Translucentie (NT-) meting (nekplooimeting)
- 037523 Prenatale screening: Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO)
Deze verrichtingen 037521, 037522, 037523 zijn uitsluitend declarabel als Overig Product. Als een gynaecoloog de screening uitvoert, wordt deze gekoppeld aan zorgtype 41. Alle screeningcentra die daartoe een contract hebben met één van de klinisch genetische centra in Nederland, kunnen deze verrichtingen declareren. Het is dus niet mogelijk deze verrichtingen te koppelen aan een DBC. Om te beoordelen of daadwerkelijk sprake is van een Overig Product of een DBC, moet onderscheid gemaakt worden tussen Prenatale screening en Prenatale diagnostiek. Bij screening vindt onderzoek plaats zonder vooraf bestaande verdenking op een afwijking/aandoening. De intentie van screening is het vroegtijdig opsporen van een bepaalde aandoening/afwijking. De verrichtingen in het kader van screening, op aanvraag van de eerste lijn of derden, worden gedeclareerd als Overig Product. Als het onderzoek echter verricht wordt vanwege een aandoening of symptoom en/of omdat een verhoogd risico op een aandoening, spreekt men niet over screening, maar over prenatale of antenatale diagnostiek. Deze activiteiten vallen binnen een DBC met diagnose V31 t/m V34. Zie voor meer informatie www.nvog.nl/files/declaratieprenatalescreening_def.pdf |
Eerstelijnsverrichtingen in het B-segment
Antwoord:
Vraag: Wordt eerstelijns fysiotherapie per 1 januari 2009 overgeheveld naar het B-segment? Antwoord: Het A- en het B-segment zijn omschreven in DBC’s. De eerstelijns fysiotherapie is niet gedefinieerd in DBC’s, maar in zorgactiviteiten. Fysiotherapie valt daarmee niet in één van de segmenten die in DBC’s zijn omschreven, maar wordt door de NZa betiteld als de markt van vrije beroepen.
De verwarring wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat de eerstelijns fysiotherapie per 1 januari 2009 wordt overgeheveld naar de vrije markt. De term B-segment wordt hiervoor echter niet gebruikt. Concreet betekent dit dat ziekenhuizen prijsafspraken kunnen maken met de zorgverzekeraar. Dit geldt ook voor oefentherapie en diëtiek. Om die reden hebben deze eerstelijns-fysiotherapiecodes in de DBC Tarieven Tabel per 1 januari 2009 een tarief van € 0,- en is aangegeven dat dit een individueel tarief betreft, waarbij geen landelijk tarief is vastgesteld (Soort Tarief = 5)
|
Honorariumtarief bij natte maculadegeneratie
Antwoord:
Vraag: Waarom wordt bij de oogheelkunde het honorariumtarief voor de fotodynamische therapie bij natte maculadegeneratie (diagnose 704 behandeling 6x) voor 2008 aangepast? Antwoord: Bij deze vorm van therapie wordt het dure geneesmiddel verteporfin (Visudyne) gebruikt. Er is een grote variatie in behandelfrequentie. Bij sommige patiënten wordt slechts één keer het middel gebruikt, bij andere patiënten mogelijk wel 5 keer. Er was in het verleden sprake van een mismatch tussen het honorariumtarief en het kostentarief. Het kostentarief was afgestemd op één keer behandelen, terwijl het honorariumtarief het gemiddelde was voor een aantal keren behandelen. Gezien de variatie in behandelfrequentie en de zeer hoge prijs van het geneesmiddel zullen, bij het middelen van het tarief over een gemiddeld aantal behandelingen, patiënten die slechts één keer behandeld worden toch een veel hogere factuur krijgen. Om het tarief zo goed mogelijk recht te laten doen aan de daadwerkelijke behandeling is daarom in samenspraak met belanghebbenden een andere oplossing gekozen. De DBC wordt afgesloten na een behandelcyclus (inclusief controlebezoek, controlediagnostiek, etc.) waarbij één maal verteporfin is toegediend. Als er een indicatie is voor herhaalde toediening wordt hiertoe een nieuwe (vervolg-)DBC geopend die wederom wordt afgesloten na de laatste controles, etc. Hiertoe is het honorariumtarief nu afgestemd op de activiteitencyclus rond één maal injecteren van verteporfin.
|
Privacygevoelige DBC's
Antwoord:
Vraag: Hoe moet ik privacygevoelige DBC's op dit moment maskeren en welke gevolgen heeft dit voor de aanlevering van prestatiecodes door ons ziekenhuis aan een zorgverzekeraar? Antwoord: Bij groene DBC's, die voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking komen, worden de diagnosecodes vanwege privacygevoeligheid vaak gemaskeerd (voor rode en oranje DBC's gebeurt dit niet). Voor het maskeren gelden de volgende regels: De diagnosecode wordt gerapporteerd als onderdeel van de prestatiecode. Deze bestaat uit 12 posities : Zorgtype (2), zorgvraag(2), Diagnose(4) en Behandeling (4). Binnen de prestatiecode wordt de diagnosecode links aangevuld met "00" tot de vier posities. Diagnose 61 wordt 0061, diagnose 413 wordt 0413, diagnose 1011 blijft 1011. Per specialisme is bepaald uit hoeveel posities de diagnosecode bestaat: 2, 3 of 4. Als er voor drie gekozen is, dan betekent dat een code onder de 100 (bijv. 61) wordt gelezen als 061. De regels voor de maskering zijn alsvolgt : Bij een diagnosecode van 2 posities wordt het laatste cijfer gemaskeerd Bij een diagnosecode van 3 of 4 posities worden de laatste twee gemaskeerd. Diagnose 61 wordt gemaskeerd tot 60, 413 wordt 400, 1011 wordt 1000. In de prestatiecode leidt dit tot de codes 0060,0400 en 1000. De Praktijk In de praktijk leidt dit tot problemen, omdat zorgverzekeraar en ziekenhuis soms verschillende uitgangspunten hanteren om de maskering uit te voeren of te controleren. Dit leidt tot het ten onrechte afkeuren van facturen door zorgverzekeraars vanwege "onjuiste" prestatiecodes. Dit valt deels te verklaren doordat er in de afgelopen periode verschillen tussen productgroepentabellen hebben bestaan. Daarnaast zijn in de loop van de tijd aanpassingen in de prestatiecodes doorgevoerd als gevolg van wijzigingen in de aanspraakcodering van DBC's. Een overgang van wel aanspraak (groen) naar aanspraak onder voorwaarden (oranje) leidt tot het demaskeren van de prestatiecode. Omdat de ziekenhuizen binnen hun validatiesystemen maar één productgroepentabel hebben, beschikken zij maar over één waarde van de prestatiecode, al of niet gemaskeerd. De zorgverzekeraars ontvangen de informatie over de relatie DBC prestatiecode van VEKTIS met een ingangsdatum, waardoor zij bij de controle uit kunnen gaan van de "juiste" prestatiecode op het moment van openen van de DBC. De zorgaanbieders kunnen niet over deze exacte informatie beschikken. Vanaf 2006 zal dat anders zijn, aangezien deze informatie wel tijdsgebonden wordt verstrekt door DBC-Onderhoud in de zgn. DBC-eindklassetabel, de nieuwe naam voor de Productgroepentabel. Om dit probleem te minimaliseren adviseert DBC-Onderhoud de zorgverzekeraars om steeds gebruik te maken van de meest recente productgroepentabel. Die is te vinden op onze website, door "documenten" aan te vinken.
|
Geen honorarium bij DBC
Antwoord:
Vraag: Hoe kan het dat de Plastisch Chirurg bij de DBC 11-00-0001-0011 geen honorarium krijgt? Antwoord: Dit komt doordat de wetenschappelijke vereniging (WV) voor Plastische Chirurgie geen normtijd aan deze DBC heeft toegekend in de rondrekening voor 2008. Deze DBC komt weliswaar het meest voor bij dit specialisme, maar heeft een nulnormtijd gekregen, omdat deze door de WV als registratieve DBC getypeerd wordt. Omdat de DBC de meest voorkomende was is deze in een top-40 productgroep (0431931) geplaatst waardoor voor deze productgroep (en dus DBC) alleen een tarief voor ziekenhuiskosten wordt verkregen.
Aan het begin van 2008 bestonden overigens nog 477 DBC's die een nulnormtijd kregen toegewezen door de verschillende WV's, over het algemeen omdat werd verwacht dat deze DBC's in 2008 niet geregistreerd zouden worden. In de onderstaande tabel is aangegeven bij welke specialismen dit voorkomt en om hoeveel DBC's het daarbij gaat. Overigens zijn deze DBC's niet allemaal nog declarabel op dit moment.
 Behalve bij Plastische Chirurgie betekent voor de andere specialismen niet dat voor het uitvoeren van deze DBC's geen honorarium wordt verkregen. DBC's worden ingedeeld in productgroepen en alle DBC's in een productgroep krijgen uiteindelijk een honorariumdeel op basis van de gemiddelde normtijd in die groep. Meer uitleg en een overzicht van de productgroepen waarin DBC's met nulnormtijden voorkomen zijn te vinden in het Gebruikersdocument uitlevering deel 2 v20071201 (pagina 38, 39 en tabel 99 in bijlage 6.5). In de DBC Normtijden tabel per specialisme op onze site is na te gaan welke DBC's een nulnormtijd hebben.
|
Facturering derde compartimentszorg
Antwoord:
Vraag: Het verrekenpercentage voor derde compartimentszorg (zorg die niet in het basispakket is opgenomen) is per 1 februari 2006 afgeschaft. Sinds die tijd ondervinden ziekenhuizen problemen met het factureren van deze zorg aan zorgverzekeraars. Aan welke oplossing wordt gedacht? Antwoord: Met de afschaffing van het verrekenpercentage bij derde compartimentszorg is de ongelijke marktpositie tussen Zelfstandige Behandel Centra (ZBC's) en ziekenhuizen voor deze zorgvorm gedeeltelijk opgeheven. Het niet toepassen van het verrekentarief stuit echter bij de verzekeraars op technische (ICT) problemen. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft aangegeven, dat de verzekeraars hierdoor nota's van zorg zonder verrekenpercentage tot 1 juni 2006 niet kunnen verwerken en daardoor niet kunnen betalen. Ziekenhuizen die derde compartimentszorg verlenen aan patiënten met een aanvullende verzekering zullen naar verwachting tot die datum problemen ondervinden met de betaling van de factuur. Bevoorschottingsafspraken Bovengenoemde problematiek is in de DBC-begeleidingscommissie uitvoerig besproken. De Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) adviseert de ziekenhuizen om bilateraal met verzekeraars bevoorschottingsafspraken over derde compartimentszorg te maken ter overbrugging van de periode tot 1 juni 2006. ZN ondersteunt dit advies en zal dit ook naar haar leden uitdragen. Mochten ziekenhuizen onverhoopt in het bilateraal overleg met de verzekeraar niet tot een oplossing komen, dan wil de NVZ dat graag vernemen. Volledigheidshalve merken wij nog op dat voor derde compartimentszorg verleend aan patiënten zónder aanvullende verzekering, de rekening vanzelfsprekend gewoon naar de patiënt gaat. Bronvermelding: NVZ: Notitie tijdelijk probleem facturatie van derde compartimentszorg aan verzekeraars. 20 februari 2006.
|
Overige en ondersteunende producten
Antwoord:
Vraag: Wat zijn overige en ondersteunende producten en wanneer kan ik deze declareren? Antwoord: Los van de declaratie van DBC's kunt u ook 'overige' en 'ondersteunende' producten declareren. Dit is mogelijk in een beperkt aantal gevallen. Overige en ondersteunende producten worden uitgevoerd op aanvraag van:
- de eerste lijn;
- een ander ziekenhuis;
- een specialisme dat geen DBC's registreert.
Of het gevraagde in de categorie "overig en ondersteunend" valt, hangt af van wie de uitvoerende partij is. Als de uitvoering berust bij een DBC-registrerend specialisme, dan spreken we van een "overig product". Berust de uitvoering bij een specialisme dat geen DBC's registreert, dan is sprake van een "ondersteunend product". Voor zowel "overige" als voor "ondersteunende" producten gelden landelijke kosten- en honorariumbedragen in het A-segment.
Dit betekent dus dat u geen "overig of ondersteunend product" kunt declareren wanneer het om een aanvraag gaat van een DBC-registrerend specialisme binnen hetzelfde ziekenhuis. Een dergelijke aanvraag valt namelijk altijd binnen het profiel van de DBC van de aanvrager. Dit profiel bepaalt de honorariumcomponent voor het uitvoerende specialisme.
Naast het bovengenoemde voor "overige en ondersteunende producten" zijn er ook regels voor "overige trajecten en verrichtingen". Die vindt u in de beleidsregels van de NZa.
|
Decalratie (on)verzekerde zorg
Antwoord:
Vraag: Op welke manier wordt er tijdens het declaratieproces van DBC's vanaf 1 februari 2006 onderscheid gemaakt tussen verzekerde en onverzekerde zorg? Antwoord: Het CVZ brengt in kaart welke DBC's niet tot het verzekerde pakket behoren - rode DBC's - en welke wel tot het verzekerde pakket behoren, de groene DBC's. Bij een derde groep - oranje DBC's - is sprake van 'aanspraak onder voorwaarde'. Hiervoor is binnen het ziekenhuis aanvullende informatie nodig om vast te stellen of er sprake is van aanspraak op de basisverzekering. Een van de belangrijkste voorwaarden is de "medische indicatie".
Per 1 februari 2006 maken we bij de declaratiecode onderscheid tussen verzekerde en onverzekerde zorg. Dit betekent dat een groene DBC alleen een declaratiecode krijgt voor verzekerde zorg en een rode DBC's alleen een code voor onverzekerde zorg. Oranje DBC's krijgen per 1 februari twee declaratiecodes: één voor verzekerde en één voor onverzekerde zorg.
Voor de declaratie van de DBC's die t/m 31 januari 2006 geopend zijn, zal bij de groene DBC's de declaratie code zijn opgenomen in de kolom "DBC declaratiecode verzekerde zorg". Voor de rode DBC's zal de declaratie code, die t/m 31 januari 2006 geldt in de kolom "DBC declaratiecode onverzekerde zorg" worden opgenomen.
Om deze aanpassing in het systeem op te nemen, zullen vanaf 1 februari 2006 een aantal declaratiecodes wijzigen. Voor rode DBC's geopend vanaf 1 februari 2006 zullen de nieuwe declaratiecodes uit tariefgroep 16 (A-segment) en 17 (B-segment) gelden. Voor groene DBC's blijven de declaratiecodes uit groep 14 (A-segment) en 15 (B-segment) van kracht. Oranje DBC's krijgen vanaf 1 februari twee declaratiecodes mee: uit tariefgroep 14 of 16 voor het A-segment en uit tariefgroep 15 of 17 voor het B-segment.
|
Limitatieve lijst en oranje DBC's
Antwoord:
Vraag: Welke relatie bestaat er tussen de limitatieve lijst van te machtigen DBC's van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de lijst oranje DBC's van het College voor zorgverzekeringen (CVZ)? Antwoord: De limitatieve lijst van te machtigen DBC's ZN heeft de limitatieve lijst van te machtigen DBC's uitgegeven, de limitatieve lijst. Voor deze DBC's moet het ziekenhuis vóór de behandeling van de patiënt een machtiging aanvragen bij de zorgverzekeraar. Op de limitatieve lijst komen hoofdzakelijk oranje DBC's voor, maar ook enkele groene DBC's. De overige (oranje) DBC's worden via de "reguliere materiële controle" achteraf gecontroleerd. DBC's en verzekerde zorg Het CVZ heeft de lijst oranje en de lijst rode DBC's opgesteld. Het CVZ bepaalt welke zorg in de nieuwe Zorgverzekeringswet (ZVW) als verzekerde prestatie geldt. Tot 1 januari wordt bepaald op welke zorg aanspraak bestaat volgens de Ziekenfondswet. Deze bepaling leidt tot een kleuring van de DBC: rood of oranje. Een rode DBC betekent dat deze DBC geen verzekerde zorg is. Deze DBC moet de patiënt zelf betalen of de zorgverzekeraar moet deze eventueel via een aanvullende verzekering vergoeden. Een oranje DBC betekent: onder voorwaarden verzekerde zorg. Relatie aanspraak/verzekerde prestatie en machtiging Een van de belangrijkste voorwaarden is de "medische indicatie". In een beperkt aantal gevallen bepaalt ZN dat de patiënt deze indicatie van tevoren moet overleggen (machtiging vooraf). In de overige gevallen is er sprake van controle achteraf in het kader van de materiële controle. Is er geen medische indicatie, dan is deze zorg voor de patiënt geen verzekerde zorg. De zorgverzekeraar vergoedt of verstrekt de behandeling dan niet, tenzij de patiënt voor deze zorg aanvullend is verzekerd. Tenslotte De branchepartijen werken nog aan ondersteuning van de machtigingsprocedure voor DBC's via de ICT-systemen van zorgaanbieders en zorgverzekeraars. |
Gezonde moeder/zuigeling
Antwoord:
Vraag: Wanneer mag ik het overig traject 'gezonde moeder (190032)' / 'gezonde zuigeling (190033)' declareren? Antwoord: Indien een 'gezonde zuigeling' in de zorginstelling moet verblijven, omdat de moeder daar een onderzoek of behandeling ondergaat, kunt u het tarief 'gezonde zuigeling' declareren. Het specialisme waar de gezonde zuigeling een bed heeft, declareert dit traject. Voor de omgekeerde situatie geldt hetzelfde: Wanneer een 'gezonde moeder' in de zorginstelling moet verblijven, omdat haar pasgeboren kind daar een onderzoek of behandeling ondergaat. U declareert dan het traject 'gezonde moeder'.
In de regel declareert u een overig traject 'gezonde moeder' als de moeder op de afdeling kindergeneeskunde een bed heeft en een overig traject 'gezonde zuigeling' als het kind op de afdeling gynaecologie een bed heeft.
|
Beheerder lijst rode DBC's
Antwoord:
Vraag: Er is een lijst met rode DBC's door DBC-Onderhoud uitgegeven. Volgens mij kloppen hier een aantal dingen niet in. Bij wie kan ik dit melden? Antwoord: Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelt de lijst vast. Met inhoudelijke opmerkingen kunt u bij hen terecht. DBC-Onderhoud publiceert en beheert de lijst. Bij problemen met downloaden of andere problemen van technische aard kunt u terecht bij de helpdesk van DBC-Onderhoud.
|
Declaratie kostendeel Kaakchirurgie
Antwoord:
Vraag: Wie mag het kostendeel voor röntgenonderzoek (nu code 239452) bij Kaakchirurgie declareren? Antwoord: Er heerst onduidelijkheid over het declareren van declaratiecode 239452 (Kostendeel röntgengebitsonderzoek en/of röntgenschedelonderzoek, elk maximaal éénmaal per dag te declareren, geleverd door het ziekenhuis of kaakchirurgen.) door Kaakchirurgen. Verzekeraars wijzen declaraties van deze code door kaakchirurgen af omdat het een activiteit met enkel een kostencomponent betreft die volgens hen alleen door de zorginstelling zou kunnen worden gedeclareerd. Echter, het is afhankelijk van wie het röntgenapparaat in eigendom heeft wie het bedrag mag declareren. Is het apparaat eigendom van de zorginstelling, dan mag alleen de instelling het bedrag declareren. Is het apparaat eigendom van de Kaakchirurg(en) zelf, dan declareert deze het bedrag zelf. Dit is in overeenstemming met de Tariefbeschikking Kaakchirurgie van de NZa. Kortom, code 239452 kan door zowel de Kaakchirurg als de zorginstelling worden gedeclareerd, maar nooit beide tegelijk. Verzekeraars kunnen controle uitoefenen door een lijst te maken wie binnen een bepaalde instelling eigenaar is van het apparaat.
|
Twee lijsten voor het B-segment 2009
Antwoord:
Vraag: Er zijn twee lijsten voor het B-segment 2009. Wat is het verschil, hoe kan dat en welke moet worden gebruikt? Antwoord: DBC-Onderhoud heeft in 2008 inderdaad twee lijsten van het B-segment 2009 gepubliceerd. De eerste werd in juli 2008 op de site geplaatst onder de naam Conceptlijst invulling voorgestelde uitbreiding B-segment v20080711. De tweede lijst is de uiteindelijke lijst met een overzicht van alle DBC's in het B-segment per 2009 onder de naam Overzicht B-segment (v20081001) In de conceptlijst staan 353 regels meer dan in het uiteindelijke overzicht (gesorteerd op DBC's die ingaan per 1-1-2009). Buiten enkele DBC's die uiteindelijk niet zijn opgenomen om verschillende redenen, wordt het grote verschil veroorzaakt door de consult-DBC's die uit het A-segment komen.
Technisch In het B-segment worden consult-DBC's (enkelvoudig poliklinisch) niet in een aparte productgroep ingedeeld. Dit is een beleidsmatig besluit. Theoretisch komt de consult-DBC nog wel voor; het is immers nog steeds mogelijk dat een patiënt slechts één keer op de poli wordt gezien, waarbij alleen enkele goedkope diagnostische en/of therapeutische activiteiten plaatsvinden. In de validatie zal daarbij een behandelas eindigend op een 4 worden afgeleid. Deze behandelas wordt echter via de DBC Eindklassetabel omgecodeerd naar een prestatiecode eindigendop een 1. Op dat moment wordt de DBC als een 'normale'poliklinische DBC gezien. De lijsten De conceptlijst van het B-segment bevat alle DBC's die uit het A-segment worden overgezet naar het B-segment. Het definitieve overzicht in de uitlevering bevat alleen alle DBC's die werkelijk in het B-segment zitten. Omdat de oude A-segment consult-DBC's opgaan in de 'normale' poliklinische DBC's in het B-segment ontstaat dit verschil.
Onderhandelingen Voor de onderhandelingen tussen verzekeraar en ziekenhuis geldt dat alleen over de normale poliklinische DBC over een prijs hoeft te worden onderhandeld. Daarbij kan uiteraard wel rekening worden gehouden met het feit dat deze DBC bestaat uit een bepaald deel oude consult-DBC's en een deel oude normale poliklinische DBC's. Over deze verdeling en daarmee de uiteindelijke kostprijs kan vrij onderhandeld worden.
|
Fout bij optellen honorariumcomponenten?
Antwoord:
Vraag: In de tarieventabel staan de honoraria van de DBC's. Dit betreft zowel het totaalbedrag aan honoraria van de DBC als de afzonderlijke honorariumcomponenten. Als ik de afzonderlijke honorariumcomponenten bij elkaar optel, kom ik op een ander bedrag dan het totaalbedrag. Hoe kan dat? Antwoord: Het verschil wordt in veel gevallen verklaard door een onjuiste manier van inlezen van de tabellen waarbij geen rekening gehouden is met de kolom mutatiecode. In de DBC-tarieventabel is een aantal regels met ingangsdatum 20080101 voorzien van mutatiecode 3. Regels met een mutatiecode 3 betreffen regels die ten onrechte zijn verspreid en verwijderd moeten worden. Deze regels zouden dus niet meer mogen bestaan nadat de tabel is ingelezen. Het is ook belangrijk om hierop te letten indien u de tabel 'handmatig' bekijkt, bijvoorbeeld in Excel. Regels met mutatiecode 3 dienen dus genegeerd te worden bij het optellen van de honorariumcomponenten.
Het inlezen van bestanden in ICT-systemen kan overigens op twee manieren, namelijk als :
1) Volledige tabellen. In dat geval zullen de gebruikers van de tabellen de tabellen in z’n geheel kunnen inlezen en de eventuele reeds bestaande tabellen kunnen overschrijven. Wel dienen de gebruikers rekening te houden met de mutatiecode 3. Deze regels dienen niet te worden ingelezen, want deze regels zijn komen te vervallen.
2) Mutatietabellen. In dat geval zullen de gebruikers van de tabellen de regels met mutatiecodes kunnen verwerken in hun systemen, waarbij de regels met mutatiecode 1 in het eigen systeem kunnen worden toegevoegd, met mutatiecode 2 kunnen worden vervangen en met mutatiecode 3 kunnen worden verwijderd.
Zie voor meer informatie de ICT-specificaties 1.4.3.1. op de website van DBC-Onderhoud.
|
Tijdsafhankelijkheid in tabellen
Antwoord:
Vraag: Per 1 januari 2007 is in alle DBC-tabellen "tijdsafhankelijkheid" ingevoerd. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Antwoord: Ieder record in de tabellen van DBC-Onderhoud kent nu datumvelden die de begindatum en soms ook een einddatum weergeven. Deze data geven de geldigheidsduur (de tijdsafhankelijkheid) aan. Een record is alleen van toepassing op een DBC als de openingsdatum van de DBC binnen deze geldigheidsduur valt. Alle relevante tabellen worden met deze openingsdatum van de DBC doorlopen. Dankzij deze tijdsafhankelijkheid is precies duidelijk welke voorwaarden op een bepaald moment voor een bepaalde DBC gelden. Doordat records eerder geen geldigheidsduur kenden, waren alle correcties in tabellen per definitie terugwerkend van kracht. Hierdoor kon onduidelijkheid ontstaan over bijvoorbeeld de aanspraak. Het werkt het in de praktijk? Een aantal voorbeelden: 1.Een DBC met zorgtype 25 exacerbatie wordt geopend op 20 december 2006 en gesloten op 13 januari 2007. Zorgtype 25 kent in de eindklassetabel en typeringslijst een einddatum van 1 januari 2007. De DBC in dit voorbeeld kan dus nog wél worden geopend en gevalideerd, omdat de openingsdatum van de DBC vóór de einddatum van zorgtype 25 ligt. 2.Een DBC met de inhoud van een consult-DBC is geopend vóór 1 februari 2006 (de datum waarop consult-DBC's geldig werden). Deze DBC kan niet worden getypeerd als consult-DBC en in de validatietabellen wordt een normale conservatieve DBC afgeleid. Een consult-DBC die wordt geopend op 10 januari 2007 wordt wél afgeleid in de validatietabel en omdat de validatietabel tijdsafhankelijk is, krijgt deze DBC direct de juiste behandelas mee. Ook verrichtingen in de zorgactiviteitentabel (voorheen DBC-verrichtingentabel) kennen nu tijdsafhankelijkheid. Bij het valideren van DBC's dienen dus niet alleen de geregistreerde zorgactiviteiten en de ingangsdatum van de DBC, maar ook de registratiedatum van de zorgactiviteiten gecontroleerd te worden. Zie voor meer uitleg en voorbeelden over het onderwerp tijdsafhankelijkheid de Handleiding validatie.
|
Soort honorarium in tarieventabel
Antwoord:
Vraag: Wat betekent de kolom 'Soort honorarium' in de DBC-tarieventabel? Antwoord: Met ingang van 1 januari 2007 is aan de DBC-tarieventabel per DBC-declaratiecode een totaalregel toegevoegd met daarin een sommatie van alle honorariumtarieven (poortspecialisme, ondersteuner en anesthesie). Deze toevoeging wordt op de elektronische factuur voor de zorgverzekeraar opgenomen, terwijl de individuele honorariumtarieven per specialisme voor de opbrengst van het ziekenhuis en voor medisch specialisten van belang zijn. Daarom blijven ook de individuele honorariumtarieven in deze tabel beschikbaar. Niet in alle gevallen is deze totaalregel opgenomen. Bij bijvoorbeeld overige, ondersteunende producten of trajecten blijven individuele honorariumtarieven apart op de factuur staan. In de kolom Soort honorarium is te zien of het een gesommeerd tarief van een DBC-declaratiecode betreft, een individueel honorariumtarief of helemaal geen honorariumtarief. De invulling van deze kolom is als volgt: 0 - Niet van toepassing. Dit betreft geen honorariumcomponent, maar een ziekenhuiskostencomponent. 1 - Honorariumcomponent per AGB-specialisme. Tariefregel met het individuele tarief per AGB-specialisme. De gesommeerde tariefregel (3) is een optelsom van al deze individuele honorariumcomponenten per DBC-declaratiecode zoals deze op de factuur wordt opgenomen. 2 - Honorariumcomponent specialisme die separaat op de factuur wordt vermeld. Tariefregels van individuele honorariumcomponenten bij overige, ondersteunende producten of trajecten die los op de factuur komen. Deze zijn daarom niet gesommeerd opgenomen in totaalregels in de DBC-tarieventabel. 3 - Samenvoeging van de honorariumcomponenten. Dit bedrag wordt op de factuur vermeld. Dit is de totaalregel van alle individuele honorariumcomponenten van DBC-declaratiecodes. In een selectie uit de DBC-tarieventabel ziet de invulling er als volgt uit:
 Op regel 1 staat een 0 in de kolom 'soort honorarium', het betreft een ziekenhuiskostencomponent. Alle '1'en bij declaratiecode 140080 bij elkaar opgeteld geeft het gesommeerde tarief (te zien op regel 3). De laatste twee regels betreffen een overig product zonder gesommeerde tarieven met soort honorarium '2'. Aanvullende informatie over de rest van de kolommen in de tarieventabel kunt u vinden in het document "toelichting DBC-tarieventabel v20061001'.
|
Eindklassetabel van juli 2006
Antwoord:
Vraag: Het aangekondigde wijzigingenpakket van 1 juni 2006 is uitgesteld tot 1 januari 2007. Waarom is op 5 juli 2006 dan toch een nieuwe eindklassetabel uitgeleverd? Antwoord: In de eindklassetabel staan alle DBC-combinaties met een tarief die u per specialisme kunt typeren. Uit de eindklassetabel zijn ook gegevens af te leiden over de aanspraak (kleurcodering) van een DBC. Een DBC kan rood (geen aanspraak), oranje (aanspraak onder voorwaarden) of groen (volledige aanspraak) zijn.
Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) bepaalt welke vormen van zorg in het verzekerde pakket worden opgenomen. CVZ heeft DBC-Onderhoud gevraagd in een extra uitlevering een aantal aanspraakcorrecties ter beschikking te stellen. Deze uitlevering heeft plaatsgevonden op 5 juli jl. en heeft alleen betrekking op de eindklassetabel. Het betreft een aantal pakketverruimende maatregelen die met terugwerkende kracht zullen worden ingevoerd: verschuivingen van onverzekerde zorg naar verzekerde zorg. Omdat het om correcties gaat zijn de gewijzigde gegevens na inlezen van de tabel direct beschikbaar en ook van toepassing op al geopende DBC's. De situatie kan ontstaan, dat een ziekenhuis de nieuwe tabel inleest op bijvoorbeeld 10 juli en een zorgverzekeraar op 20 augustus. In deze tussenliggende periode kan de zorgverzekeraar de door het ziekenhuis ingediende declaraties afwijzen. Daarom adviseert DBC-Onderhoud aan alle gebruikers de nieuwe tabel op dezelfde datum in te lezen. Deze inleesdatum is gesteld op 1 september 2006. De periode tot 1 september kunnen betrokkenen gebruiken om voorbereidingen hiervoor te treffen. Uiteraard kunnen ziekenhuizen en verzekeraars op lokaal niveau afspraken maken om eerder in productie te gaan. De wijzigingen die zijn aangebracht in de eindklassetabel hebben betrekking op de volgende specialismen en diagnosen:
- Oogheelkunde: Ptosis. (rood -> oranje), Overige Pathologie Oogleden. (oranje -> groen)
- Keel- neus- en oorheelkunde: Spoedeisende zorg. (oranje -> groen)
- Plastische chirurgie: Voorhoofdslift en locale correctie ptosis wenkbrauwen. (rood -> oranje)
- Urologie: Spijtoptant na sterilisatie. (rood -> groen)
- Gynaecologie: Psychosomatisch te behandelen gynaecologische klachten. (rood -> groen)
- Dermatologie: Dermatosen door micro-organismen en inflammatoire dermatosen. (rood -> groen); Naevi. (oranje -> groen); Verrucae. (oranje -> groen)
- Cardiologie: Implantatie standaard pacemaker. (oranje -> groen); follow-up na ICD-implantatie. (oranje -> groen)
Meer informatie over bovenstaande correcties kunt u nalezen in de Toelichting op de DBC-eindklassetabel versie 20060705 en in het exceldocument Kleurverschuivingen per 07-05-06
|
Honoraria specialisten per DBC vinden
Antwoord:
Vraag: Waar zijn de honoraria voor de hoofdbehandelaar en de ondersteunende specialisten per DBC terug te vinden? Antwoord: Sinds 1 februari 2006 worden de honoraria van de hoofdbehandelaar en de ondersteunende specialismen op de factuur samengevoegd. Daarom zijn op de website van het CTG-ZAio (nu de NZa: www.nza.nl ) de tarieven ook samengevoegd. De opgesplitste honoraria kunt u halen uit de DBC-tarieventabel (v20060315), te vinden op onze website onder het kopje " Tarieven ". Het bestand is opgeslagen als CSV-bestand. Bij opening in Excel moet u de tekst mogelijk eerst in kolommen indelen. Dit doet u als volgt:
- Ga naar ´data´ / ´tekst naar kolommen´
- Selecteer tab en puntkomma
- Kies ´geavanceerd´. Decimaalteken moet een komma zijn. Scheidingsteken voor duizendtallen moet een punt zijn.
U kunt uit deze tarieventabel honoraria per DBC opvragen. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat iedere kolom betekent. Kolom A: AGB(Algemeen gegevensbeheer Zorgverleners)_DBC In deze kolom staat de AGB-code van de hoofdbehandelaar. 303 is bijvoorbeeld heelkunde, 322 betekent longgeneeskunde (zie tabel 1). Kolom B: AGB_Uitvoerder Deze kolom bevat wederom een AGB-code van de hoofdbehandelaar óf van een ondersteunend specialisme. Is kolom A gelijk aan B, dan is deze regel het tarief van de hoofdbehandelaar. Is kolom B niet gelijk aan kolom A, dan is het een ondersteunend specialisme voor die betreffende DBC.Is kolom B leeg, dan is het geen honorariumcomponent, maar een ziekenhuiskostencomponent. Kolom C en D: Declaratiecode en productgroepcode In deze kolommen kunt u zoeken op declaratiecode of productgroep. In de tarieventabel kunt u niet zoeken op DBC-prestatiecode of typering! Kolom E: TariefIn deze kolom staat het tarief geldend voor de betreffende regel. Afhankelijk van de regel zijn het honoraria of ziekenhuiskosten. Let op! Dit moet u lezen als twee cijfers achter de komma. 5350 betekent 53 euro en 50 cent. Kolom G en H: Datum Er zit tijdsafhankelijkheid in de tarieventabel. Deze kolommen geven aan wanneer de betreffende regel geldt. U kunt met de ´filterfunctie´ van Excel filteren op hoofdbehandelaar, ondersteuner of declaratiecode. Deze filterfunctie activeert u door de eerste regel van het document te selecteren / ´data´/ ´filter´ / ´autofilter´. Mochten er nog vragen zijn, neemt u dan contact op met de helpdesk van DBC-Onderhoud: info@dbconderhoud.nl, tel 030-27 39 685.

|
Aanspraakcodes in Eindklassetabel
Antwoord:
Vraag: In de DBC-Eindklasse tabel is een kolom opgenomen met aanspraakcodes. Waar is deze kolom voor bedoeld? Antwoord: Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) bepaalt welke zorg als verzekerde prestatie onder de Zorgverzekeringswet (ZVW) valt. Deze bepaling leidt vervolgens tot een kleuring van de DBC: groen (verzekerde zorg), rood of oranje. Wanneer een DBC rood is, betekent dit dat deze DBC geen verzekerde zorg is. Deze DBC moet de patiënt zelf betalen of de zorgverzekeraar eventueel via een aanvullende verzekering vergoeden. Als een DBC oranje is, betekent dit dat deze DBC "onder voorwaarden" verzekerde zorg is.
De DBC-Eindklasse tabel maakt onderscheid tussen verzekerde en onverzekerde zorg door middel van een aparte kolom met declaratiecodes voor verzekerde zorg en één voor onverzekerde zorg. Daarnaast is er een kolom toegevoegd met aanspraakcodes, waarin u kunt aflezen welke regelgeving ten grondslag ligt aan een eventuele beperkte aanspraak. Groene DBC’s hebben geen aanspraakcode. Rode DBC’s kennen een indeling in twee aanspraakcodes, te weten: 1000 "Uitgesloten zorg" en 1500 "Geen gebruikelijke zorg". De Oranje DBC’s zijn ingedeeld in de volgende subgroepen met bijbehorende aanspraakcodes:
Aanspraak_code
| Aanspraak_omschrijving
| 2020
| Diverse Beperkingen
| 2110
| Besluit niet-klinische hemodialyse
| 2140
| Orgaan Transplantatie
| 2141
| Stamcel Transplantatie
| 2150
| Plastische chirurgie
| 2160
| Contactlenzen
| 2171
| IVF
| 2180
| Behandeling snurken d.m.v. uvuloplastiek. Zie art 5 regeling medisch-specialistische zorg ziekenfondswet (boven, groen gekleurd)
| 2200
| Ongedaan maken sterilisatie bij de vrouw
| 2201
| Ongedaan maken sterilisatie bij de man
| 2210
| Circumcisie
| 2240
| Dure geneesmiddelen
| 2250
| Revalidatie Zorg
| 2280
| Taalspraakstoornissen
| DBC-Onderhoud levert met de uitlevering van 1 juni 2006 een aanspraaktabel op. In deze tabel zal uitgebreidere informatie staan over de regelgeving achter de aanspraak omschrijving.
|
Meerdere Diagnose Combinatie Tabellen
Antwoord:
Vraag Er zijn meerdere diagnosecombinatietabellen in omloop. Welke tabel moet worden gebruikt? Antwoord Er bestaat onduidelijkheid over de toepassing van de diagnosecombinatietabel. De diagnosecombinatietabel kent twee varianten: 1. De DBC Diagnosecombinatie Tabel v20071001 2. De DOT Diagnosecombinatie Tabel v20100701 De DBC Diagnosecombinatie Tabel (v20071001) is geldig binnen de huidige DBC-systematiek. Deze tabel is te implementeren in een productiesysteem. De DOT Diagnosecombinatie Tabel (v20100701) is op 1 juli 2010 opgeleverd voor het simuleren in het kader van DOT. Deze tabel mag niet in een productiesysteem worden geïmplementeerd, maar is uitsluitend bedoeld voor simulatiedoeleinden. In het kader van de controles op controversiële DBC’s zijn ZN, de Orde van medisch specialisten en de NVZ overeengekomen dat een aantal specifieke combinaties van diagnosen niet parallel gedeclareerd mag worden. De bedoelde combinaties staan niet in de huidige DBC Diagnosecombinatie Tabel, maar worden wel afgewezen bij de controle. DBC-Onderhoud bekijkt in overleg met partijen of de DBC Diagnosecombinatie Tabel nog kan worden aangevuld met de tabel die toegepast wordt bij de controle.
|
Onderhandeling honorarium B-segment
Antwoord:
Vraag: Over welke honorariumcomponenten dient voor het B-segment 2008 onderhandeld te worden? Antwoord: In het B-segment geldt dat de volumecomponent van het honorariumtarief per ondersteuner vrij onderhandelbaar is. Per 1 januari 2008 geldt dit ook voor het specialisme Anesthesie. Over het honorarium van de poortspecialist wordt niet onderhandeld, hier betreft het landelijk vaste bedragen. Deze bedragen zijn opgenomen in de DBC Tarieven Tabel.
|
Preoperatieve screening in de Consult DBC
Antwoord:
Vraag: Mag preoperatieve beoordeling/screening plaatsvinden binnen een consult-DBC? Antwoord: Een DBC geopend in het kader van preoperatieve beoordeling/screening leidt vaak af naar een consult-DBC. In de nieuwe instructies is echter op basis van NZa-beleidsregel CI-884 de bepaling opgenomen dat de consult-DBC niet kan voorkomen bij preoperatieve screening. (Voor de meest actuele beleidsregel, zie http://www.nza.nl/)
De NZa maakt onderscheid tussen preoperatieve screening en preoperatieve beoordeling. Het verwarrende daarbij is dat de term screening in de dagelijkse praktijk ook dikwijls gebruikt wordt voor preoperatief onderzoek, consult of beoordeling. Daardoor lijkt het alsof geen enkel specialisme hiervoor een consult-DBC mag declareren. In beleidsregel CI-949 (de opvolger van CI-884) wordt met preoperatieve screening expliciet het standaard onderzoek door de anesthesist voorafgaand aan een operatie bedoeld. (Voor de meest actuele beleidsregel, zie http://www.nza.nl/
Het is logisch dat dit routineonderzoek deel uitmaakt van de DBC die geopend is voor de desbetreffende operatie. Als er een indicatie is om een patiënt voor de operatie extra te onderzoeken, is sprake van preoperatieve beoordeling en kan door de desbetreffende specialist wél een (consult-)DBC worden geopend.
Bij preoperatieve screening mag dus alleen het specialisme anesthesiologie geen consult-DBC declareren.
|
Consult DBC in het B-segment
Antwoord:
Vraag: In de DBC-declaratiebepalingen van de NZa staat dat in het B-segment geen consult-DBC's mogen voorkomen. In de DBC-eindklassetabel komen echter wel B-segment DBC's voor met ***4 behandelas, dus consult-DBC's. Hoe kan dit? Antwoord: Als in de validatiemodule aan de criteria van de consult-DBC wordt voldaan, wordt er per definitie afgeleid naar een ***4 behandelas. Als dit een B-segment DBC betreft, is deze afleiding onrechtmatig. Dit wordt in de DBC-eindklassetabel rechtgezet: de DBC-prestatiecode en de declaratiecode worden hierin gekoppeld aan die van de conservatieve poliklinische behandeling. Deze DBC’s krijgen in de DBC-eindklassetabel dus geen prestatiecode eindigend op ***4, maar op ***1 met bijbehorende declaratiecode. Op deze manier komen in het B-segment geen consult-DBC's voor.
|
Hoe lang mag een DBC open staan?
Antwoord:
Vraag: Hoe lang mag een DBC open staan? Antwoord: Een DBC mag 365 dagen open staan. Dus niet, zoals in sommige systemen in verband met schrikkeljaren is ingebouwd, een jaar. U kunt dit terugvinden in beleidsregel I-750 van het CTG/ZAio. (Overigens was 2004 zo'n schrikkeljaar.) (De meest actuele beleidsregel is te vinden op http://www.nza.nl/)
|
Consult DBC / Enkelvoudige poliklinische DBC
Antwoord:
Vraag: Per 1 februari 2006 wordt de enkelvoudige poliklinische DBC geïntroduceerd, beter bekend als consult-DBC. A) Welke gevolgen heeft dit voor de wijze waarop artsen een behandeling typeren? B) Hoe weet een arts of een verrichting binnen een consult-DBC valt? C) Hoe gaat de validatie van de consult-DBC in zijn werk? Antwoord A Consult-DBC's hebben een nieuwe behandelcode, die eindigt op een 4. Bij voorbeeld bij Urologie, waar behandelcode 111 staat voor "conservatief poliklinisch", is behandeling 114 geïntroduceerd: "enkelvoudig poliklinisch conservatief" . Dit geldt voor alle specialismen met uitzondering van klinische geriatrie, consultatieve ziekenhuis psychiatrie, radiologie, klinische genetica en kaakchirurgie.
De consult-DBC (bijvoorbeeld code 114) wordt automatisch gegenereerd in de validatiemodule als er sprake is van slechts één polibezoek; ook al geeft de specialist aan dat het een andere poliklinische behandeling (bijvoorbeeld code 111) betreft. Andersom werkt het niet zo. Met andere woorden: een als consult-DBC getypeerde DBC kan niet worden gevalideerd als meerdere polibezoeken plaatsvinden. Antwoord B De consult-DBC is van kracht wanneer er slechts één polibezoek plaatsvindt. Hierbij kunnen verrichtingen plaatsvinden; daarvoor gelden de volgende afspraken: Er mag óf slechts één operatieve verrichting plaatsvinden met een maximumtarief (landelijke kostprijs) van € 100,00, óf er mogen één of meer diagnostische verrichtingen plaatsvinden, die afzonderlijk niet meer kosten dan € 100,00 (landelijke kostprijs). Opgeteld kunnen de diagnostische verrichtingen dus meer dan € 100,00 bedragen. (Op www.nza.nl is de meest actuele beleidsregel m.b.t. de Consult DBC te vinden)
Een specialist hoeft niet (uit zijn/ haar hoofd) te weten of een verrichting meer of minder dan € 100,00 kost. Dit wordt namelijk automatisch bepaald in het DBC-systeem. DBC-Onderhoud heeft een document opgesteld dat als hulpmiddel kan worden gebruikt om te zien welke verrichtingen per specialisme relevant zijn bij het al dan niet gebruiken van een consult-DBC. Dit (inmiddels verouderde) document vindt u op www.dbconderhoud.nl Antwoord C Bij de validatie van consult-DBC's maken we onderscheid tussen dure en goedkope (minder dan € 100,00) operatieve verrichtingen en dure en goedkope diagnostische / therapeutische verrichtingen. Bij de meeste specialismen resulteert dit in één extra zorgprofielklasse (ZPK) voor de goedkope operatieve verrichtingen, vaak ZPK 14, soms ZPK 10, 12 of 13. Bij de diagnostische/ therapeutische verrichtingen zijn alle verrichtingen duurder dan € 100,00 in ZPK 7 geplaatst; die mogen dus niet voorkomen bij de consult-DBC. In de validatiemodule worden goedkope operatieve verrichtingen uitgevraagd, versus dure diagnostische/therapeutische verrichtingen. De goedkope operatieve verrichtingen mogen wel voorkomen bij de consult-DBC, de dure diagnostische / therapeutische juist niet.
|
Vragen voor WV'en
Antwoord:
Vraag: Welke gegevens zijn nodig om een vraag effectief te kunnen uitzetten naar de verschillende wetenschappelijke verenigingen? Antwoord: Vanaf 1-1-2008 is er een nieuwe aanpak van WV-vragen en een nieuw document waarmee u vragen kunt opsturen. Meer informatie hierover vindt u op onze website op de pagina Wijzigingsverzoek cure?. Het antwoord dat hier in 2006 werd gegeven is derhalve niet meer van toepassing en zodoende uit dit document verwijderd.
|
WBMV status in twee tabellen
Antwoord:
Vraag: In de nieuwe Zorgactiviteitentabel staat de WBMV status per ZA aangegeven, maar ook in de DBC Eindklassetabel staat de een WBMV status per DBC. Deze statussen komen niet altijd overeen. Waar moet een ziekenhuis nu van uitgaan? Antwoord: Binnen het huidige DBC systeem is op DBC niveau aangegeven voor welke DBC’s een WBMV vergunning vereist is (Het Ministerie van VWS stelt de WBMV-indicatie vast en verleent de vergunningen). Dit gaat veranderen in DOT. Binnen DOT (vanaf 1-1-2011) wordt op zorgactiviteitenniveau aangegeven of een zorgactiviteit WBMV vergunningplichtig is. Bij de afleiding van het zorgproduct in de grouper zal middels de WBMV-code die al dan niet aan zorgactiviteiten is toegekend, het zorgproduct waarop dat van toepassing is als WBMV zorgproduct gelabeld worden. In de DBC ZorgactiviteitenTabel v20090601 is in voorbereiding op DOT per zorgactiviteitcode aangegeven of het een zorgactiviteit betreft die WBMV plichtig is. Binnen de bestaande DBC-systematiek is dit onderscheid nog niet relevant en wordt in de DBC Eindklassetabel per mogelijke DBC aangegeven of er sprake is van WBMV zorg. Om te bepalen of een DBC (t/m 31-12-2010) onder de WMBV zorg valt is de eindklassetabel in principe leidend en speelt de WMBV labeling op zorgactiviteitenniveau nog geen rol. Wanneer nodig worden vanuit VWS wijzigingen doorgevoerd in de WBMV erkenningen. In het verleden werden deze wijzigingen doorgevoerd in de eindklassetabel. Er is echter besloten geen onderhoud meer te plegen op de bestaande structuur wat o.a. inhoudt dat er geen wijzigingen in de WBMV status van DBC’s doorgevoerd zullen worden. Hierdoor kan discrepantie ontstaan tussen de WBMV status op DBC niveau zoals die is aangeven in de eindklassetabel en de actuele WBMV wetgeving. In die gevallen kunnen de verschillende Ministeriele regelingen uitsluitsel geven over het al dan niet vergunningplichtig zijn van de geleverde zorg. Deze regelingen vindt u via de website http://www.wetten.overheid.nl/
|
Honorarium berekenen met Ronde 16 zorgprofielen
Antwoord:
Vraag: Is het mogelijk om met de nieuwe uitgeleverde Ronde16 Zorgprofielen het ondersteunerhonorarium van een DBC te berekenen? Antwoord: In de Ronde 16 zorgprofielen is bij de uitgevoerde zorgactiviteiten binnen een DBC ook de uitvoerder (hoofdbehandelaar of ondersteunend specialisme) van die activiteit opgenomen. Daarmee is in theorie te berekenen wat de normtijd van het ondersteunende specialisme in die DBC is. Het gebruik van het veld “uitvoerder” voor dergelijke berekeningen wordt afgeraden omdat: 1. de Ronde 16 profielen landelijk gemiddelde profielen zijn die significant kunnen verschillen met de lokale profielen; 2. zorgactiviteiten met een percentage voorkomen van minder dan 2% niet worden getoond in de Ronde 16 profielen, hetgeen tot onderschatting kan leiden bij het bepalen van het honorarium voor ondersteuners; 3. ondanks dat het veld uitvoerder in de Ronde16 dataset (afgesloten DBC’s in 2007) veel beter is gevuld dan in de Ronde12 dataset (afgesloten DBC’s in 2005), dit gegeven nog van onvoldoende kwaliteit is om ondersteunerhonoraria op DBC niveau te berekenen. Dit blijkt wel uit het feit dat in DIS aanleveringen van een aantal ziekenhuizen de uitvoerder niet was ingevuld en door DBC-Onderhoud is gevuld met de AGB code van de aanvrager. Er wordt aan alle instellingen geadviseerd om voor dit soort berekeningen gebruik te maken van lokale (ZIS-)profielen.
|
B-segment in 2008
Antwoord:
Vraag: Wat gaat er per 1 januari 2008 veranderen in het B-segment? Antwoord: Per 1 januari 2008 blijft de FB-bekostiging nog in stand en wordt het B-segment uitgebreid van 10% naar 20%. Deze uitbreiding vraagt van de zorginstelling de nodige voorbereidingen voor de onderhandelingen met de zorgverzekeraar. Hoe kwam het B-segment 2008 tot stand? Minister Klink heeft in het regeerakkoord aangegeven dat het B-segment in 2008 uitgebreid moet worden naar 20%. DBC-Onderhoud stelde daarom een lijst op van diagnoses uit het Asegment die daartoe overgeheveld zouden kunnen worden naar het B-segment. In juli van dit jaar is de minister akkoord gegaan met de samenstelling van het B-segment 2008. Welke criteria werden gehanteerd? Samen met de brancheorganisaties zijn criteria vastgesteld voor de uitbreiding van het Bsegment. Een DBC moet bijvoorbeeld voldoende omzet hebben. Ook moeten de producten voldoende homogeen zijn en een zekere landelijke spreiding hebben. Enkele andere criteria zijn dat de zorg planbaar moet zijn en niet onder de WBMG mag vallen. Is er al informatie beschikbaar over de inhoud? DBC-Onderhoud is momenteel de uitbreiding aan het verwerken in de diverse tabellen. De uitlevering van deze tabellen staat op 1 oktober 2007 gepland. DBC-Onderhoud vindt dat eigenlijk alleen uitgebreid geteste tabellen beschikbaar zouden mogen worden gesteld. Vanwege de grote belangstelling voor het nieuwe B-segment kunt u op de site van DBCOnderhoud echter nu alvast een voorlopige, nog niet volledig geteste tabel met detailinformatie over het B-segment 2008 downloaden. KZD over naar B-segment, Consult DBC niet in B-segment Van de beschouwende vakken worden alle behandelassen behalve de consult-DBC naar het Bsegment overgeheveld. Bij de operatieve DBC's komen alleen de behandelassen met operatie of ingreep in het B-segment. Ook de KZD (klinisch zonder dagen) behandelassen van deze operatieve DBC's vallen in het B-segment. Bij de reeds bestaande B-segment DBC's wordt de KZD-behandelas aan het B-segment toegevoegd. Voor de KZD-behandelas van de bestaande en nieuwe B-segment DBC's is er dan ook een eigen prestatiecode die, overeenkomstig het Asegment, eindigt op een 6. Ook voor 2008 is besloten dat er geen consult-DBC's in het B-segment voorkomen. Het verbeterplan DBC's op weg naar Transparantie (DOT) gaat echter bijzondere aandacht geven aan de inrichting van de poliklinische zorgproducten. In 2008 worden DBC's die voldoen aan de criteria voor de consult-DBC in de Afleiding Behandelas afgeleid naar een consult-behandelas. In de DBC Eindklassetabel worden deze DBC's via de prestatie- en declaratiecode omgezet naar een reguliere poliklinische DBC. Bij de bepaling van het tarief in het B-segment moeten zowel de profielen van de consult-DBC als van de reguliere poliklinische DBC meegenomen worden. Enkelvoudig consult en B-segment De enkelvoudige-consult-as maakt géén deel uit van het B-segment, maar de productie dient in de onderhandeling wel meegenomen te worden. Deze productie maakt namelijk wel deel uit van het B-segment omdat deze via de poliklinische prestatiecode wel gedeclareerd kan worden. Bij de onderhandeling over de poliklinische behandelas moet dus ook de productie van enkelvoudige consulten meegenomen worden.
|