DBC GGZ
2
Over DBC's in de GGZ
3
DBC-proces: Registratie
4
DBC-proces: Validatie
5
DBC-proces: Afleiding
6
Declareren en factureren
Wat zijn DBC's in de GGZ?
Antwoord:
DBC staat voor Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC beschrijft het zorgprofiel van een patiënt in vier codes. Deze codes staan voor het zorgtype, de diagnose, het verblijfdeel en het behandeldeel. De DBC benoemt elke activiteit van de geleverde zorg van de patiënt, van de eerste tot en met de laatste patiëntgebonden activiteit. De DBC's in de GGZ zijn gebaseerd op tijdsregistratie. Dit betekent dat de tijd die gemoeid gaat met de geleverde zorg voor een patiënt wordt vastgelegd op de activiteiten die gekoppeld zijn aan de DBC van de patiënt.
|
Wat doet DBC-Onderhoud voor DBC's in de GGZ?
Antwoord:
DBC-Onderhoud zorgt voor de beschikbaarheid van tabellen en instructies (Spelregels GGZ v20091001 ) die nodig zijn om de DBC systematiek invulling te geven en deze goed te laten werken. Softwareleveranciers gebruiken deze tabellen om hun systemen in te richten. Zorgaanbieders gebruiken deze systemen om met behulp van de instructies van DBC-Onderhoud de geleverde zorg inzichtelijk te maken.
|
Welke zorgaanbieders gebruiken het systeem?
Antwoord:
De zorgaanbieders van curatieve GGZ gebruiken het DBC systeem. Deze zorgaanbieders behoren tot de volgende categorieën:
- GGZ-instellingen
- V&V-instellingen met extramurale curatieve GGZ
- GZ-instellingenmet extramurale curatieve GGZ
- PAAZ-en
- Psychiatrische universitaire klinieken (PUK)
- Psychiatrische poliklinieken
- Vrijgevestigde psychiaters
- Vrijgevestigde psychotherapeuten
- Dyslexie specialisatie, ernstig, enkelvoudig
- Afdelingen medische en klinische psychologie in ziekenhuizen
- Andere zorgaanbieders die 2e lijns curatieve GGZ leveren
|
Moeten vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten met de DBC systematiek werken?
Antwoord:
Ja, de DBC's gelden voor alle tweedelijns ambulante GGZ zorg en de klinische GGZ zorg tot één jaar. Op onze website vindt u de Spelregels GGZ v20091001 met daarin de 'activiteiten en verrichtingenlijst', de beroepentabel en de typeringslijst. De spelregels zijn de registratie-instructies voor de DBC systematiek. Bent u zowel klinisch psycholoog als psychotherapeut dan kunt u onder beide beroepen registreren. Per consult bepaalt u of u behandelt/ registreert als klinisch psycholoog of als psychotherapeut. In de praktijk blijkt echter dat één beroep de 'boventoon' voert en in dat geval kunt u de beroepscode invoeren die het grootste deel van uw activiteiten als behandelaar dekt.
|
Geldt de DBC-systematiek ook voor de eerstelijns psychologie?
Antwoord:
Nee, voor de eerstelijns psychologie geldt een andere systematiek. De NZa heeft hiervoor prestatiebeschrijvingen vastgesteld. De tarieven voor de eerstelijns psychologie zijn vrij. Kijk voor meer informatie op www.nza.nl of www.cvz.nl.
|
Welke vormen van gebruikersondersteuning biedt DBC-Onderhoud aan?
Antwoord:
Om gebruikers optimaal te ondersteunen biedt DBC-Onderhoud op verschillende manieren ondersteuning aan. Naast verschillende gebruikersdocumenten zoals bijvoorbeeld de Spelregels GGZ v20091001 bestaat er een leergang die u gratis kunt downloaden. In de leergang treft u naast de verschillende modules zoals de registratie- en validatiemodule ook informatie over productstructuur en kostprijzen. Op deze pagina van onze website zijn de vragen die veel gesteld worden aan de helpdesk opgenomen zodat u in korte tijd een antwoord op uw vraag krijgt. Ook kunt u met uw vragen terecht bij de helpdesk. De helpdesk is telefonisch en per mail bereikbaar. Stelt u een vraag per mail probeer de vraag dan zo helder mogelijk te formuleren zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. U kunt de helpdesk bereiken op info@dbcggz.nl of 030-285 08 99.
|
Wat zijn zorgprofielen en waar bestaan deze uit?
Antwoord:
Het zorgprofiel van een productgroep laat zien wat voor type DBC’s er voorkomen in een bepaalde groep en hoe deze DBC’s zich onderscheiden van DBC’s in andere groepen. Het gaat dan om betrokken beroepen, typen patiënten, soorten problematiek of belangrijkste activiteiten. De indeling per diagnoseclassificatie en het productgroepprofiel geven een eerste indruk van de typen inzichten die de DBC systematiek kan geven. De overzichten die bij de productstructuur worden opgeleverd beschrijven het gemiddeld voorkomen van behandelingen binnen de instellingen die hun DBC’s correct aan het DIS hebben aangeleverd. Deze gemiddelde overzichten bieden een referentiepunt en daarmee een handvat voor vergelijking. Deze overzichten geven het veld de mogelijkheid op zoek te gaan naar herkenbare of juist afwijkende patronen. Zorgprofielen GGZ 2010 v20091001
|
Waar vind ik informatie over welke wijzigingen van uitgeleverde tabellen en documenten zijn doorgevoerd?
Antwoord:
Hoe weet ik of DBC-Onderhoud het juiste loket is voor mijn vragen?
Antwoord:
Als u een vraag over de ggz heeft is het prettig dat u direct bij de juiste organisatie terecht komt. Om daar zeker van te zijn heeft DBC-Onderhoud samen met de NVVP, het CVZ, ZN, GGZ Nederland, het NIP, het Ministerie van VWS, de NZa en DIS de ggz Wegwijzer ontwikkeld. In deze wegwijzer ziet u direct bij welke organisatie u uw vraag kan stellen en snel antwoord zult krijgen. Klik hier om direct naar de wegwijzer te gaan.
|
Wat is een zorgtraject en wanneer wordt een zorgtraject geopend?
Antwoord:
Een zorgtraject beschrijft de geleverde zorg (activiteiten en verrichtingen) in het kader van de behandeling van één primaire diagnose en kan bestaan uit een initiële en eventueel één of meerdere vervolg DBC’s. Wanneer een patiënt zich aanmeldt met een nieuwe zorgvraag wordt het zorgtraject van de betreffende patiënt geopend (hier is nog geen sprake van een direct patiëntgebonden activiteit met een behandelaar, maar bijvoorbeeld een secretaresse die een afspraak maakt). Voor meer informatie zie pagina 9 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Wanneer wordt een initiële DBC geopend?
Antwoord:
De DBC wordt geopend op de datum waarop de eerste (directe of indirecte) patiëntgebonden activiteit door een tijdschrijvend beroep plaatsvindt. De eerste activiteit kan zijn in het kader van pre intake, intake, diagnostiek, behandeling/ begeleiding, crisisopvang, verblijf of dagbesteding (zie activiteiten en verrichtingenlijst). Voor meer informatie zie pagina 9 van de Spelregels GGZ v20091001
|
Wat gebeurt er met de DBC als de hoofdbehandelaar verandert binnen dezelfde instelling?
Antwoord:
Verandering van hoofdbehandelaar is geen reden tot sluiten van de DBC. De DBC blijft openstaan en de nieuwe hoofdbehandelaar neemt de typering over. Dit kan bijvoorbeeld in het medisch dossier worden vastgelegd. De professional die op moment van sluiten van de DBC als hoofdbehandelaar is aangemerkt, draagt verantwoordelijkheid voor de DBC typering.
|
Mag er een initiële DBC geopend worden bij overdracht van een patiënt naar een andere instelling?
Antwoord:
Indien er een patiënt/cliënt overgaat van de ene instelling naar de andere, dan wordt in de nieuwe instelling een initiële DBC voor deze patiënt geopend. De patiënt start bij de tweede instelling een nieuw behandeltraject. De eerste instelling sluit de DBC en kan deze, indien gevalideerd, aan de zorgverzekeraar ter betaling aanbieden.
|
Hoe wordt de tijd geschreven die wordt besteed aan het uitschrijven van recepten?
Antwoord:
Op de activiteit 'farmacotherapie' wordt de patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie (het consult). Er kan hier zowel directe als indirecte tijd worden geschreven. Directe tijd is de face-to-face, ear-to-ear of bit-to-bit tijd. Als de recepten worden uitgeschreven en de patiënt is hier niet direct bij betrokken, dan kan indirecte tijd worden geschreven. Voor meer informatie zie blz. 34 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Hoe wordt de tijd van stagiaires en professionals in opleiding geschreven?
Antwoord:
Stagiaires en professionals in opleiding kunnen binnen de DBC systematiek geen tijd registeren. Wel mag er tijd geschreven worden wanneer zij eerder een opleiding tot een beroep hebben afgerond dat op de beroepentabel staat. De kosten die gemaakt worden voor beroepen in opleiding worden meegenomen in het uurtarief van het betreffende beroep. Voor meer informatie zie blz. 19 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
In hoeverre wordt er in de ontwikkeling van de DBC-systematiek rekening gehouden met het feit dat de zorg in de ggz veelal een multidisciplinair karakter heeft?
Antwoord:
Binnen bijna ieder zorgproces in de GGZ zijn er activiteiten die worden uitgevoerd door één of meerdere beroepen (sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, psychologen, psychiaters, etcetera). De DBC systematiek van de GGZ maakt multidisciplinair werken mogelijk doordat meerdere behandelaars op dezelfde DBC hun tijd kunnen registreren. Hierbij is het belangrijk dat de geregistreerde activiteiten op de activiteiten en verrichtingenlijst worden gekoppeld aan het juiste beroep. De softwareleverancier moet daarom de mogelijkheid in het systeem bouwen dat tijd die wordt geregistreerd gekoppeld kan worden aan een beroep. Meer informatie hierover is te vinden in het Registratie- validatie- en afleidingsmodel GGZ v20091001 .
|
Hoe registreren we Multidisciplinair Overleg (MDO)?
Antwoord:
De tijd die behandelaren besteden aan het MDO wordt verdeeld over alle patiënten/ cliënten die in dat overleg worden besproken. Bijvoorbeeld: In een MDO van 1 uur bespreken drie behandelaren (van dezelfde instelling) zes patiënten. De spelregel is dat alle die de behandelaren deze 60 minuten van hun tijd verdelen over de zes patiënten. Dus elke patiënt krijgt van elke behandelaar 10 minuten behandeltijd bijgeschreven (van elke behandelaar 10 minuten). Voor meer informatie zie pagina 38 van de Spelregels GGZ v20091001 .
|
Hoe kan een telefonisch contact met de patiënt worden geregistreerd?
Antwoord:
Als het telefonisch contact in het kader van de behandeling/ hulpvraag is (bv. een communicatieve behandeling) dan valt dit onder direct patientgebonden tijd (ear-to-ear). Een telefonisch contact welke niet een directe behandeling van de hulpvraag betreft valt onder indirect patientgebonden tijd (bijv. het doorgeven van contactgegevens, of het maken van een afspraak). Zie blz. 18 van de Spelregels GGZ v20091001. U dient zelf te beoordelen of het gaat om direct of indirect patiëntgebonden tijd en wat vervolgens de best passende activiteit is. Hier is namelijk geen kader voor. U kunt dus bijvoorbeeld kiezen voor registratie van (in)direct patientgebonden tijd op een activiteit onder de groep van 'communicatieve behandeling' activiteiten. Echter, wanneer het gaat om bijvoorbeeld het maken van een afspraak voor een psychiatrisch onderzoek dan kunt u er ook voor kiezen dit te registreren als 'psychiatrisch onderzoek - indirecte tijd'. Overigens dient de bestede tijd wel altijd gedaan te zijn door een tijdschrijvend beroep. Wanneer bijvoorbeeld een secretaresse een afspraak maakt dan mag hiervoor geen tijd geregistreerd worden.
|
Hoe registreer ik e-mailcontacten?
Antwoord:
Als het e-mail contact in het kader van de behandeling/ hulpvraag van de patiënt is (bv een communicatieve behandeling), dan valt dit onder direct patientgebonden tijd (bit-to-bit). Een e-mail contact welke niet een directe behandeling van de hulpvraag betreft valt onder indirect patiëntgebonden tijd (bijv. het doorgeven van contactgegevens, of het bevestigen van een afspraak). Zie blz. 18 van de Spelregels GGZ v20091001. U dient zelf te beoordelen of het gaat om direct of indirect patiëntgebonden tijd en wat vervolgens de best passende actidviteit is. Hier is namelijk geen vast kader voor. U kunt dus bijvoorbeeld kiezen voor registratie van (in)direct patiëntgebonden tijd op een activiteit onder de groep van 'Communicatieve behandeling' activiteiten. Echter, wanneer het gaat om bijvoorbeeld het maken van een afspraak voor een psychiatrisch onderzoek dan kunt u er ook voor kiezen dit te registreren als 'psychiatrisch onderzoek - indirecte tijd'. Overigens dient de bestede tijd wel altijd gedaan te zijn door een tijdschrijvend beroep. Wanneer bijvoorbeeld een secretaresse een afspraak bevestigd per mail dan mag hiervoor geen tijd geregistreerd worden.
|
Mag de DBC worden afgesloten wanneer er pas over drie maanden nog een laatste gesprek volgt?
Antwoord:
Nee, dit is niet toegestaan. Wanneer er nog een direct of indirect patiëntgebonden activiteit gepland staat voor dezelfde primaire diagnose dan dient de DBC nog niet gesloten te worden. Wanneer u verwacht dat een patiënt niet meer terug in zorg komt, sluit u de DBC wel. Als een patiënt vervolgens onverwachts/ongepland na sluiten van de voorgaande DBC terug in zorg komt voor dezelfde primaire diagnose, dan dient er een vervolg DBC geopend te worden. Voor meer informatie zie pagina 14 van de Spelregels GGZ v20091001
|
Hoe lang mag een DBC open staan?
Antwoord:
Een DBC mag maximaal 365 dagen open staan. In principe wordt de DBC gesloten als naar verwachting van de hoofdbehandelaar de laatste activiteit is uitgevoerd. De 365 dagengrens geldt dus alleen voor patiënten die na 365 dagen nog in zorg zijn. Voor meer informatie zie blz. 14 van de Spelregels GGZ v20091001 .
|
Wat moet je registreren als een cliënt die staat gepland voor een klinische opname, niet komt opdagen? Wordt dit als als ‘no show’ geregistreerd?
Antwoord:
Er wordt in dit geval geen 'no show' geregistreerd. Indien iemand niet komt opdagen voor een opname, dan wordt dat niet geregistreerd. Dit valt onder het risico van de instelling. De verblijfsdagen worden geregistreerd op basis van aanwezigheid, niet op basis van afwezigheid. Voor meer informatie zie blz. 38 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Op welke wijze dient dyslexiezorg geregistreerd te worden?
Antwoord:
| <cb3XHTML xmlns:cb3 = 'http://www.my.com/cb3-REV10' ><p ><span > </span> </p><p ><span >De DBC-systematiek is van toepassing op de 2<sup >e</sup> lijns curatieve ggz. Sinds 1 januari 2009 valt hier ook de behandeling (incl. diagnose) van ernstige, enkelvoudige dyslexie onder (primair en het speciaal onderwijs voor leerlingen van 7 jaar en ouder). Bij de integratie van dyslexiezorg in de DBC systematiek is sprake van een groeimodel. Meer informatie leest u in de beleidsregel GG/NR-100.098 van de NZa die te vinden is op <a href="http://www.nza.nl/regelgeving/nadere-regels/?selectedCategory=108312" target="_blank" >deze pagina</a></span>.</p><p ><span >De DBC-systematiek gaat uit van een all-in behandeltraject van tijdregistratie en aan de hand van deze tijdsregistratie wordt een productgroep bepaald met een daaraan gekoppeld tarief. Enkelvoudige ernstige dyslexie wordt geregistreerd als ‘leesstoornissen’ en zal daardoor bij een lange behandeltijd uitvallen in de hoofdgroep ‘overige stoornissen in de kindertijd’ (DSM4).</span></p><p >Voor aanbieders van dyslexiezorg bestaat voor leden van het NIP/NVO een aparte helpdesk. U kunt deze bereiken via <a href="mailto:dyslexie@psynip.nl" >dyslexie@psynip.nl</a> (zie ook<span > website </span><span ><a href="http://www.masterplandyslexie.nl/" target="_blank" >http://www.masterplandyslexie.nl/</a>).</span></p></cb3XHTML> |
Wat gebeurt er met een initiële DBC als de primaire diagnose wijzigt?
Antwoord:
In de meeste gevallen zal er bij een veranderende diagnoseclassificatie gedurende de looptijd van de initiële DBC geen nieuwe DBC geopend hoeven te worden, maar kan dit worden opgelost binnen de reeds geopende initiële DBC:
- Door bijstelling van de primaire diagnose tijdens de intake/ diagnostiek fase;
- Door verandering van de primaire diagnose tijdens het behandeltraject (alleen mogelijk binnen dezelfde hoofdgroep van de DSMIV);
- Door bijkomende diagnoses die zorgverzwarend werken als nevendiagnoses te registreren, naast de primaire diagnose. De uitzondering op de regel is de situatie waarin de hoofdbehandelaar een verkeerde inschatting heeft gemaakt en gedurende het behandeltraject bepaalt dat de primaire diagnoseclassificatie in een andere hoofdgroep van de DSMIV ligt. In dit geval dient de DBC gesloten te worden en wordt er voor de andere diagnose een nieuwe DBC geopend. Voor meer informatie zie pagina 10 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Is het mogelijk om dagbesteding of ondersteunende begeleiding op de DBC van de patiënt te registreren?
Antwoord:
Dagbesteding en ondersteunende begeleiding kunnen alleen op de DBC geregistreerd worden als er ook andere behandelactiviteiten plaatsvinden. Mocht de diagnosestelling leiden tot enkel dagbesteding en/of ondersteunende begeleiding dan kan er geen aanspraak gemaakt worden op de ZVW en dient de DBC afgesloten te worden met afsluitreden 5. Voor meer informatie over de wijze waarop dagbesteding geregistreerd wordt zie blz. 25 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Wat zijn de wijzigingen van 2010 ten opzichte van 2009?
Antwoord:
De wijzigingen ten aanzien van de spelregels kunt u vinden in bijlage 7 van de Spelregels GGZ v20091001. Voor de wijzigingen ten aanzien van andere documenten kunt u de toelichtingen downloaden via deze link.
|
Wat is het verschil tussen individuele behandeling en groepstherapie?
Antwoord:
De bepalende factor voor het onderscheid tussen enerzijds individuele behandeling en anderzijds groepsbehandeling is het aantal DBC’s dat “behandeling ontvangt”. Wat hiermee wordt bedoeld is het volgende: Wanneer de behandeling gaat over één patiënt (één DBC) dan wordt gesproken van een individuele behandeling. De daadwerkelijke aanwezigheid van de patiënt is niet vereist. Wanneer het een behandeling betreft van meerdere personen en waarbij er dus minimaal 2 DBC’s zijn, dan is er sprake van groepsbehandeling. Ook hier is niet de aanwezigheid van de patiënten die over een DBC beschikken vereist. Om dit te verduidelijken zijn een aantal voorbeelden vermeld: Voorbeeld 1a: Individueel Een behandelaar voert een gesprek met één patiënt waarvoor één DBC is geopend. In dit geval wordt het gesprek aangemerkt als ’patiënt individueel’, omdat wordt behandeld voor één geopende DBC. Voorbeeld 1b: individueel Een behandelaar voert een gesprek met een patiënt waarvoor een DBC is geopend. Hierbij zijn verder ook de ouders en een zus aanwezig. In dit geval wordt het gesprek aangemerkt als ‘systeem met patiënt individueel’, omdat wordt behandeld voor één geopende DBC. Indien het dezelfde situatie zou betreffende maar dan zonder de aanwezigheid van de patiënt dan wordt het gesprek aangemerkt als ‘systeem zonder patiënt individueel’. Voorbeeld 2a: groep Een behandelaar voert een gesprek met drie patiënten waarbij voor ieder een DBC is geopend. In dit geval wordt het gesprek aangemerkt als ‘patiënt in groep’ omdat wordt behandeld voor meerdere geopende DBC’s. Voorbeeld 2b: groep Een behandelaar voert een gesprek met drie patiënten waarbij voor ieder een DBC is geopend. Hierbij zijn ook de ouders aanwezig. In dit geval wordt het gesprek aangemerkt als ‘systeem met patiënt in groep’, omdat wordt behandeld voor meerdere geopende DBC’s. Als de patiënten bij dit voorbeeld zelf niet aanwezig zijn, maar enkel het systeem dan wordt het gesprek tevens aangemerkt als groepscontact omdat nog steeds wordt behandeld voor meerdere geopende DBC’s. Hier dient gekozen te worden voor de optie ‘systeem zonder patiënt in groep’. De hoofdbehandelaar is ten alle tijden verantwoordelijk voor het besluit welke activiteit van de activiteiten en verrichtingenlijst het beste van toepassing is op de situatie. Met behulp van bovenstaande kan de hoofdbehandelaar beoordelen welke activiteit de best passende is. Als u meer wilt weten over de registratie van de systematiek dan kunt u Spelregels DBC GGZ v1001raadplegen.
|
Op welke dag moet een vervolg-DBC geopend worden?
Antwoord:
Grofweg zijn er twee mogelijkheden waarbij een vervolg DBC geopend kan worden, namelijk; 1. een vervolg-DBC na een eerdere DBC die 365 dagen open heeft gestaan ( (langdurig periodieke) controle/ voortgezette behandeling/ uitloop) 2. een vervolg-DBC op een eerder afgesloten initiële DBC (exacerbatie/ recidive en andere) Voor de eerste categorie geldt dat de eerdere DBC op dag 365 wordt gesloten en dat de vervolg-DBC op de volgende dag wordt geopend. Op deze manier ontstaat een aaneengesloten periode. Het is niet mogelijk om de vervolg-DBC eerder of op dezelfde dag als de waarop de initiële DBC is gesloten te openen. Hierdoor wordt duidelijk aan welke DBC de uitgevoerde activiteiten toebehoren. Validatieregel 6640 en 6645 zullen hierop toetsen (zie Validatieregels GGZ v20091001). Voor de tweede categorie geldt dat de initiële DBC eerder is gesloten variërend van 1 dag tot en met 365 dagen geleden. In deze gevallen wordt de vervolg-DBC geopend met als openingsdatum de dag dat de eerstvolgende (indirect/ direct) patiëntgebonden activiteit plaatsvindt. Hierdoor wordt duidelijk dat de patiënt (tijdelijk) uit zorg is geweest.
|
Hoe kan ik voorkomen dat de DBC uitvalt in de validatie?
Antwoord:
Het uitvallen van een DBC in het validatieproces betekent dat de registratie niet volledig en/ of juist is. De softwareleverancier verwerkt de Validatieregels GGZ v20091001 in het systeem. Validatieregel 'val6617' toetst bijvoorbeeld of bij een gesloten DBC minimaal één activiteit is geregistreerd. Als bij de gesloten DBC niet minimaal één activiteit is geregistreerd dan valt de DBC uit op basis van deze regel. Bij elke validatieregel wordt een hint gegeven. Door deze hint te volgen kunt u het probleem oplossen. Bij 'val6617' is de hint 'corrigeer het aantal geregistreerde activiteiten zodat er minimaal één activiteit is geregistreerd'. Voor meer informatie zie blz. 5 van de Toelichting Validatieregels GGZ v20091001.
|
Hoe moet ik de 'als...dan' regel bij de validatieregels interpreteren?
Antwoord:
Waarom valt de DBC uit in de validatie als ik alleen de verrichting methadon heb geregistreerd?
Antwoord:
Deze verrichting wordt gebruikt voor ambulante patiënten die methadon ontvangen en moet altijd gepaard gaan met één of meerdere farmacotherapiecontacten. Validatieregel 'val6693' keurt de DBC af als geen farmacotherapiecontact maar wel een methadonverrichting is geregistreerd.
|
Hoe werkt de tijdsafhankelijkheid van de validatieregels?
Antwoord:
Bij de Validatieregels GGZ v20091001zijn twee kolommen opgenomen getiteld 'begindatum'en 'einddatum'. Als de openingsdatum van de DBC tussen het tijdspad van 'begiondatum' en 'einddatum' ligt dan is de betreffende regel van toepassing. Voorbeeld: Openingsdatum van de DBC: 3 oktober 2008 Validatieregel 'val 6681' stelt dat het zorgtype ICC niet meer dan 180 minuten directe tijd mag hebben. De begindatum staat op 20070101 (1 januari 2007) en de einddatum staat op 99991231 (31 december 9999). De validatieregel is van toepassing omdat de openingsdatum valt binnen het tijdspad.
|
Op welke manier wordt een productgroep afgeleid?
Antwoord:
De afleiding vindt plaats nadat de validatie is voltooid. De DBC's die zijn goedgekeurd in de validatie worden met behulp van de beslisboom afgeleid naar een productgroep. Hierbij wordt rekening gehouden met de geregistreerde tijd, de activiteiten op de DBC en de kenmerkende factoren. In bepaalde gevallen zal sprake zijn van een onderscheidende variant (zie Productstructuur GGZ 2010 v20091001). Voor een specifiekere werking van de beslisboom kunt u de Beslisboom GGZ v20091001 en de Toelichting Beslisboom GGZ v20091001 downloaden.
|
Hoe is de productstructuur voor DBC's in de GGZ opgebouwd?
Antwoord:
Een DBC is geopend in 2008 en het zorgtraject is afgesloten in 2009. Welk tarief dien ik te gebruiken?
Antwoord:
De tabellen die DBC-Onderhoud uitlevert werken op basis van tijdsafhankelijkheid. Dit betekent dat de openingsdatum van de DBC leidend is voor de productstructuur die moet worden gebruikt. Bij een DBC die geopend is in 2008 en gesloten wordt in 2009 geldt dus de productstructuur van 2008. Voor meer informatie zie blz. 18 van hetRegistratie- validatie- en afleidingsmodel GGZ v20091001.
|
Hoe wordt de 250 minutengrens tussen korte en lange behandelgroepen berekend?
Antwoord:
Wanneer sprake is van direct patientgebonden contact(en) op activiteiten zoals behandeling en begeleiding dan komen DBC's in één van de groepen voor de korte of voor de langdurende behandelingen terecht. De gren tussen kort en lang ligt op 250 minuten direct patiëntgebonden contact gedurende de looptijd van de DBC. Elk uur dagbesteding zal gerekend worden als 15 minuten directe tijd en elke verblijfsdag zonder overnachting wordt omgezet in 1 uur indirecte tijd. Voor meer informatie zie blz. 8 van de Productstructuur GGZ 2010 v20091001.
|
Op welke manier wordt een verblijfsdag zonder overnachting meegerekend in de productgroep?
Antwoord:
De verblijfsdag zonder overnachting wordt omgerekend naar één uur indirecte behandeltijd welke opgeteld wordt bij de totale tijd op de DBC. In de zorgprofielen is onder andere het percentage zichtbaar dat aangeeft hoe vaak deze activiteit in de productgroep voorkomt. Voor meer informatie zie Zorgprofielen GGZ 2010 v20091001.
|
Wanneer is sprake van een Crisis DBC?
Antwoord:
Voor patiënten die in een crisissituatie bij een instelling binnen komen geldt dat een DBC wordt geopend met het zorgtype 'eenmalig (spoedeisend) consult/ crisisinterventie' of zorgtype 'acute opname'. De hoofdbehandelaar bepaalt wanneer de crisissituatie over is en omdat er in principe tjidens de crisissituatie enkel crisiscontacten worden geregistreerd zal de DBC uitvallen in de bijzondere productgroep crisis van x tot x minuten. Voor meer informatie zie blz. 15 van de Spelregels GGZ v20091001
|
Op welke manier kom ik aan een prestatie- en declaratiecode?
Antwoord:
In principe zal de prestatie- declaratiecode afgeleid worden door het softwaresysteem op basis van de gevoerde registratie. De prestatiecode is een twaalfcijferige verzamelcode van het zorgtype, hoofdgroepdiagnose en een behandel- en verblijfsdeel. Op basis van de prestatiecode kan de declaratiecode (6 cijfers) worden afgeleid. Hierbij geldt dat voor meerdere prestatiecodes eenzelfde declaratiecode kan worden gebruikt. Indien u meer wilt weten over de prestatie- en declaratiecode dan kunt u de tabellen raadplegen op www.dbconderhoud.nl.
|
Wat gebeurt er met de DBC-declaratie als de patiënt tijdens de looptijd van de DBC van zorgverzekeraar wijzigt?
Antwoord:
Wanneer de patiënt gedurende het DBC-traject is veranderd van ziektekostenverzekeraar, dient het DBC-tarief te worden gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de startdatum van de DBC. Voor meer informatie verwijzen wij naar de beleidsregel GG/NR-100.088 van de NZa (informatielijn@nza.nl - 0900 770 70 70).
|
Welke informatie moet op de factuur komen?
Antwoord:
In de beleidsregel GG/NR-100.088 van de NZa staat opgenomen welke informatie de factuur moet bevatten. Voor meer informatie verwijzen wij naar de NZa (informatielijn@nza.nl - 0900 770 7070).
|
Wanneer na een intake geen tweedelijns GGZ diagnose gesteld kan worden, kan dan wel gedeclareerd worden?
Antwoord:
Het is mogelijk dat een patiënt verwezen wordt naar de tweedelijn GGZ, maar dat na diagnostiek geen sprake blijkt te zijn van een tweedelijn GGZ diagnose. In dit geval wordt de DBC afgesloten met afsluitreden 5 'afsluiting na pre intake/ intake/ diagnostiek en crisiopvang'. De DBC met pre intake en diagnostiekactiviteiten kunt u declareren bij de verzekeraar. Als er behandelactiviteiten zijn geregistreerd en er heeft dus behandeling plaatsgevonden dan is het vermelden van de diagnose verplicht. Voor meer informatie zie blz. 14 van de Spelregels GGZ v20091001.
|
Welke documenten zijn er beschikbaar met betrekking tot de facturatie?
Antwoord:
Indien u als vrijgevestigde vragen heeft over facturatie van DBC's is het goed om eerst de informatiebrochure DBC's Factureren doe je zo te raadplegen. Voor ggz instellingen zijn de documenten (DBC’s GGZ) op onze website onder Facturatieproces aan te bevelen. Indien u op de hoogte wilt blijven van de meest recente beleidsregels over de facturatie kunt u de website van de Nederlandse Zorgautoriteit www.nza.nl bezoeken.
|
Staat uw vraag hier niet bij? Kijk dan op deze pagina.